Het Maris College heeft op haar locatie in Kijkduin een Taalexpertisecentrum ingericht. Hier volgen zeer taalzwakke en dyslectische leerlingen een aangepast onderwijsprogramma. Elke dag staat bijvoorbeeld een halfuurtje lezen op het rooster en vier keer per week is er een extra taalles.
“Voordat we met CPS in zee gingen, waren we eigenlijk al jaren bezig om iets aan taalbeleid te doen. Alle inspanningen hadden echter een hoog ‘probeergehalte’, er was geen doelgerichte aanpak en strategie. Door de jaren heen waren de inzet en resultaten dan ook sterk wisselend”, vertelt algemeen directeur Cees de Groot.
Samen met CPS is een nieuwe aanpak ontwikkeld. Speerpunten:
• introductie van een resultaatgerichte manier van werken
• inrichting van een Taalexpertisecentrum
• aanstelling van een taalcoördinator.
Resultaatgerichte werkwijze
Samen met CPS heeft de school hoge, haalbare doelen geformuleerd op het gebied van taal en lezen. Deze zijn vertaald in een werkbaar plan van aanpak. Om goed zicht te houden op de resultaten wordt gestructureerd gebruikgemaakt van (tussentijdse) evaluaties en monitoring. Deze resultaatgerichte manier van werken is echt nieuw voor de school.
Taalexpertisecentrum
Op het Taalexpertisecentrum krijgen op dit moment zo’n 90 leerlingen speciale taalondersteuning. Het gaat om zeer taalzwakke leerlingen, van wie een aanzienlijk percentage (bijna de helft!) dyslectisch is. Op het centrum werken niet alleen docenten, maar bijvoorbeeld ook een extra remedial teacher, een logopediste en een docent beeldende vorming (die zorgt voor een speelse en creatieve dimensie in de taalondersteuning).
Elke dag staat een halfuur lezen op het rooster. Iédereen leest dan mee, dus ook docenten, onderwijsondersteunend personeel en directie. Echt voorbeeldgedrag, waarmee het team laat zien dat lezen leuk en belangrijk is. Taalcoördinator Marijke de Jong legt uit dat sommige leerlingen een grote aversie tegen lezen hebben. “Bij hen moeten docenten de juiste trigger vinden om hen aan het lezen te krijgen. Ze zorgen dat ze de interesses van de leerlingen kennen en bieden vervolgens boeken aan die daarop aansluiten. Als het onderwerp echt boeit, kan lezen – ook voor hen - wél leuk zijn.”
Extra taallessen
Daarnaast staat wekelijks vier uur extra taal op het rooster. Van élke extra taalles wordt een kwartier gebruikt voor woordenschatontwikkeling. In twee taallessen staat het begrijpend lezen centraal. In de andere twee uren werken de leerlingen voornamelijk thematisch. Marijke de Jong: “Dat vinden de leerlingen leuk en het biedt hen houvast. Thema’s zijn bijvoorbeeld bibliotheek, musical of beroepenoriëntatie. Tijdens de thematische taallessen komen allerhande talige zaken aan bod, die met het betreffende thema te maken hebben.”