Een school die een kind met een handicap of chronische ziekte weigert op basis van algemeen gebrek aan zorgcapaciteit. Dat kan ook in het nieuwe stelsel Passend Onderwijs voorkomen. Wordt een weeffout over het hoofd gezien?
De uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling van 5 augustus jl. dat het Veluws College Walterbosch verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte, roept veel vragen op. De school heeft een leerling met rugzak te snel afgewezen vanwege “algemeen gebrek aan zorgcapaciteit”. De leerling, een jongen die PDD-NOS heeft en vanuit de basisschool een rugzak heeft, krijgt op de school van zijn keuze te horen dat de school al te veel leerlingen met rugzakjes heeft en geen nieuwe kan aannemen. Argument is dat men deze leerling onvoldoende zorg kan verlenen. Pas als de leerling afziet van zijn rugzak kan hij worden aangenomen.
Ook nu kunnen leerlingen met een rugzak door een gebrek aan zorgmogelijkheden niet altijd op een school van hun keuze terecht. Weliswaar voorziet de nieuwe wet straks er in dat niet de ouders maar de betreffende school een andere school moet zoeken die een passend onderwijsaanbod voor de leerling heeft maar het is de grote vraag of de nieuwe Wet Passend Onderwijs ruimte laat voor scholen om alleen op grond van zorgcapaciteit leerlingen af te wijzen. In haar brief van 31 januari 2011 schetst de minister over de zorgplicht:
“Scholen in het primair en voortgezet onderwijs hebben in het nieuwe stelsel een zorgplicht. Dit betekent dat wanneer ouders hun kind op een bepaalde school aanmelden, deze school de taak heeft dit kind een zo goed mogelijke plek in het onderwijs te bieden, tenzij dit een onevenredige belasting vormt voor de school. Als de school het kind zelf geen passend onderwijs kan bieden, heeft de school de taak binnen het samenwerkingsverband het kind een zo goed mogelijke plek op een andere school aan te bieden. Daarbij wordt rekening gehouden met afspraken die binnen het samenwerkingsverband zijn gemaakt over specifieke zorgprofielen.”
Ervaring leert dat onevenredige belasting per school verschillend kan worden ervaren en uitgelegd. Misschien dat de handreiking bij de wet die in het najaar wordt gepubliceerd meer duiding geeft. Kijkend naar de afwijzing van het Veluws College Walterbosch moeten mogelijke redenen voor afwijzing van de leerling die op basis van goede gronden voor een school kiest, ruim van te voren bij betrokkenen bekend zijn, waardoor met name ouders en leerlingen op tijd weten waar ze aan toe zijn. De afwijzing van de school gebeurde echter pas bij de start van het schooljaar en met de niet uit te leggen reden: algemeen gebrek aan zorgcapaciteit”. Dit is zo vaag, dat het de schijn van willekeur oproept, wat dan ook terecht is afgestraft door de Commissie Gelijke Behandeling. Ouders en leerlingen kunnen hier niets mee. De school laat hiermee zien de intake en plaatsing in het kader van passend onderwijs en zorg voor leerlingen niet op orde te hebben.
Meer leerlingen vallen door het ontbreken van een visie op een adequate en heldere intakeprocedure van scholen tussen wal en schip. Winst is dat de school waarbij het kind met een niet te beantwoorden zorgvraag wordt aangemeld nu een passende school moet zoeken en niet de ouders. Hiermee komt echter de urgentie voor samenwerkingsverbanden naar voren voor het op korte termijn met elkaar realiseren van een helder zorgprofiel van de school, een goede aanmeldings- en plaatsingsprocedure en verwijzingsafspraken. En afstemming over het goed en tijdig communiceren naar de omgeving, de ouders en aanleverende scholen.
Een stevig signaal
De intake van deze school komt nu in de schijnwerpers als een thema dat de scholen met elkaar in de (nieuwe) samenwerkingsverbanden snel moeten oppakken willen zij hun zaken voor de invoering van de wet op 1 augustus 2012 op orde hebben. Maar er zijn meer thema’s. Denk aan ouderbetrokkenheid, vormgeving van bovenschoolse voorzieningen en professionalisering. Het is belangrijk vaart te maken, want met name dit soort publicaties geeft ouders in deze voor hen onzekere tijd niet veel vertrouwen in een goede schoolloopbaan voor hun kind. Er is dus nog veel werk aan de winkel. Maar, er is nog tijd om met mede neming van dit voorbeeld met elkaar de noodzakelijke verbeterslag te maken.
Het spijt mij zeer dat het idee destijds om voor dit soort situaties voor ouders en de school een mediator aan te stellen uit de concept wettekst is verdwenen. Maar dat belet samenwerkings-verbanden natuurlijk niet, om bovengenoemde misstanden te voorkomen, dit goede initiatief alsnog in het zorgplan over te nemen.
Josée von Weijhrother
Senior Consultant – Passend Onderwijs
CPS Onderwijsontwikkeling en Advies

