Sluiten

Zoeken in de website

Differentiëren: uitleg en definitie

Voordat de praktische toepassing van differentiatie aan bod kan komen, moet eerst duidelijk zijn wat we precies verstaan onder differentiëren.

‘Omgaan met verschillen’ en ‘differentiëren’ horen bij elkaar en worden vaak in één adem genoemd, maar de betekenis van deze twee termen is verschillend. Omgaan met verschillen betekent dat u klassikaal en vaak ad hoc rekening houdt met verschillen tussen leerlingen. U begeleidt leerlingen dan niet individueel. Gaat het om differentiatie, dan bent u bewust met bepaalde leerlingen (vaak in een groepje) bezig om hen verder te helpen. U bereidt de differentiatie ook meestal voor in uw lesplanning en materialen. Differentiatie is de voorbereide, didactische uitwerking van het omgaan met verschillen.

In Differentiëren is te leren, omgaan met verschillen in het onderwijs hanteren we de volgende definitie (op basis van Reezigt, 1999 en Leenders e.a., 2002):

Differentiëren is het bewust, doelgericht aanbrengen van verschillen in instructie, verwerking en leertijd binnen een (heterogene) groep of klas leerlingen, op basis van onder andere hun prestaties, beheersingsniveau, leervoorkeur, interesse, motivatie en tempo.

Enkele belangrijke aspecten uit deze definitie lichten we nader toe:

#Bewust
U observeert uw leerlingen en bereidt uw les voor, afgestemd op deze specifieke leerlingen met hun onderlinge verschillen. Differentiatie in de les gebeurt niet ad hoc maar voorbereid.
#Doelgericht
U stelt scherpe doelen en werkt vanuit de minimale lesdoelen. Bij differentiatie kunt u meerdere lesdoelen stellen, op basis van de verschillende groepen leerlingen in uw klas.
#Heterogeen
Er bestaan veel combinatieklassen, zoals vmbo-basis/kader of havo/vwo, waarin niveauverschillen duidelijk aanwezig zijn. In feite is echter elke klas heterogeen: dé havoklas bestaat bijvoorbeeld niet.
#Prestaties
Differentiatie gebeurt vaak op basis van prestatie- (en niveau)verschillen. Docenten kunnen echter ook met andere verschillen rekening houden, zoals leervoorkeur, interesse, motivatie en tempo.

In- en externe differentiatie

In dit boek hebben wij het doorgaans over interne differentiatie: differentiatie binnen klassenverband. Maar natuurlijk vindt differentiatie ook daarbuiten plaats: externe differentiatie. Een voorbeeld van externe differentiatie is dat leerlingen na de basisschool naar een bepaald niveau van het voortgezet onderwijs gaan. Een ander voorbeeld is dat veel scholen tegenwoordig specifieke klassen aanbieden, bijvoorbeeld op grond van niveau of interesse, zoals een top-, sport- of cultuurklas.

Convergente en divergente differentiatie

De ene leerling geeft u meer tijd, de andere meer begeleiding, weer een andere leerling krijgt een ander aanbod en ook reikt u leerlingen verschillende werkvormen aan. Differentiëren kan op verschillende manieren. We maken onderscheid tussen divergente en convergente differentiatie.

Divergent differentiëren is afgestemd op de individuele leerling. De leerling doorloopt zelfstandig of in een niveaugroep een eigen leerroute met eigen, passende doelen, instructie en verwerkingsvormen. Deze vorm van differentiëren komt tegemoet aan de (instructie)behoeften van de individuele leerling. De docent moet de individuele doelen, leerlijnen en het aanbod zeer goed kennen om goed te kunnen aansluiten bij de behoeften van individuele leerlingen. De opkomende term ‘gepersonaliseerd leren’ sluit aan bij deze manier van werken.

Convergente differentiatie gaat ervan uit dat de hele groep de(zelfde) doelen behaalt. De les start met alle leerlingen gezamenlijk en de minimale lesdoelen zijn voor alle leerlingen hetzelfde. De verschillen zitten in de instructie, de begeleide inoefening en de verwerking. In deze lesfasen krijgen leerlingen onderwijs op maat. U geeft de zwakkere leerlingen (in dat onderwerp) extra instructie en begeleiding en de sterkere en snellere leerlingen extra verwerkingsopdrachten en specifieke verwerkingsvormen. Bij convergente differentiatie wordt het werken in homogene en heterogene groepen dan ook afgewisseld. De les eindigt weer gezamenlijk: u evalueert met de hele groep en blikt gezamenlijk terug en vooruit.