Sluiten

Zoeken in de website

Waarom jongens in de brugklas vaker blijven zitten dan meisjes

Waarom jongens in de brugklas vaker blijven zitten dan meisjes

Jongens in de eerste klassen van het voortgezet onderwijs: ze blijven vaker dan meisjes zitten of stromen af naar lagere opleidingsniveaus. Bovendien presteren ze vaak onder het niveau dat docent of ouder op basis van hun capaciteiten zou verwachten. Neuropsychologe Sanne Dekker onderzocht dit en promoveerde 1 november jl. bij het Centrum Brein & Leren en afdeling Onderwijsneurowetenschap van de Vrije Universiteit Amsterdam, onder begeleiding van prof.dr. Jelle Jolles en prof.dr. Lydia Krabbendam. Exclusief voor CPS schreef zij dit gastblog.

 

U kent ze vast: de jongens die erg aanwezig zijn, die niet stil kunnen zitten, die doen wat in hen opkomt en daarna pas nadenken, die snel afgeleid zijn en overal hun spullen laten slingeren. Deze jongens zijn vaak de gangmakers van de klas, maar hun schoolcijfers laten vaak te wensen over.

De laatste jaren is er in toenemende mate aandacht voor neuropsychologische inzichten. Neuropsychologen houden zich bezig met cognitief functioneren, gedrag en beleving en proberen naast het psychosociale ook het biologisch functioneren mee te nemen in hun verklaringen.

Vanuit deze neuropsychologische invalshoek is een deelverklaring voor het gedrag van deze jongens te vinden in de hersenontwikkeling. Die verloopt bij jongens trager dan bij meisjes. Met name de voorste delen van de hersenen, die nodig zijn om impulsen te kunnen remmen, consequenties van gedrag te kunnen overzien en te kunnen plannen, zijn nog volop in ontwikkeling.

Volgens toonaangevend onderzoek (vanaf ongeveer 2005) loopt op 10-15 jarige leeftijd de ontwikkeling van de meeste jongens gemiddeld 1 tot 4 jaar achter ten opzichte van (de meeste) meisjes. Met als gevolg dat er in de eerste klassen van de middelbare school vaak grote verschillen te zien zijn tussen jongens en meisjes.

Hoe kun je deze jongens begeleiden?

Dat sommige jongens nog wat drukker en impulsiever zijn, is helemaal niet erg. Behalve als het hen zodanig gaat belemmeren dat ze onvoldoende gaan presteren op school, of als de docent of klasgenoten hinder van hen ondervinden. Hoe kun je deze jongens dan begeleiden, en zorgen dat ze toch op een goede manier de eerste jaren van de middelbare school door komen?

We weten uit eerder onderzoek dat het brein plastisch is, ofwel veranderbaar, en dat de omgeving daarin een grote rol speelt. Hersenontwikkeling kan dus gestimuleerd worden.

In de afgelopen jaren is bij het Centrum Brein & Leren Amsterdam een methode ontwikkeld om de ontwikkeling van de jongens in deze periode te stimuleren. De jongens krijgen middels psycho-educatie informatie over de ontwikkeling van de hersenen en over de voorwaarden voor leren. Ook leren ze een strategie om meer doelgericht te kunnen werken. En daarnaast worden ze gestimuleerd om na te denken over sterke en zwakke punten in hun gedrag. De mogelijkheid om te groeien en te blijven ontwikkelen in zowel neurocognitieve functies, beleving en gedrag wordt in deze methode sterk benadrukt.

Het is geen didactische, maar een pedagogische aanpak. De jongens worden vaardiger in het sturen van gedrag doordat ze bewust gemaakt worden van hun eigen gedrag en ontwikkelingspotentieel, en doordat ze handvatten krijgen om hun gedrag aan te kunnen aanpassen. De opzet, doelen en eerste resultaten van deze methode zijn in het proefschrift beschreven. Ze laten zien dat jongens die hebben deelgenomen zich vooral bewuster zijn geworden van hun gedrag. En dat ze beter kunnen uitleggen hoe ze taakgericht moeten werken. In de komende tijd gaan we samen met de onderwijspraktijk verder met het doorontwikkelen van deze methode en wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit ervan. De verwachting is dat hiermee uiteindelijk een evidence-based interventie kan worden afgeleverd voor gebruik in de onderwijspraktijk!

Download gratis de Nederlandse samenvatting van het proefschrift van Sanne Dekker, getiteld ‘Brain Lessons: Neuropsychological insights and interventions for secondary education’.

Reacties

  1. Wouter Camps Wouter Camps - 5 november 2013

    Fantadstisch mooi onderzoek met kansen tot concrete vertaling naar de praktijk. Weer een mooie bijdrage aan de versterking van het vakmanschap van iedere leraar. Dat wetenschap en praktijk meer hand in hand moeten gaan wordt werderom bevestigd.

  2. inge kirsten inge kirsten - 5 november 2013

    zo herkenbaar en zo waardevol

  3. Francine @Verhalenfabriek Francine @Verhalenfabriek - 5 november 2013

    Wat een nuttig en waardevol onderzoek, voor docenten en meer nog voor de jongens in het VO. Dank je wel Sanne.

  4. Cor B Cor B - 5 november 2013

    Dat zou dus betekenen dat bijvoorbeeld in groep 8 basisschool meisjes van ca. 11 jaar zitten en jongens van ca. 15 jaar. Of alleen nog maar meisjes in die groep. Ik geloof niet dat dat door de praktijk wordt ondersteund.

  5. Serapio Pop Serapio Pop - 5 november 2013

    Cor, volgens mij interpreteert u het verkeerd.

    Wat mw Sanne Dekker heeft bewezen klopt, alleen hoe gaan wij als leerkracht er mee om.

    Ik geloof in schaken (heb ook een jeugdschaakclub) en probeer daarmee kinderen, jongens en meisjes te stimuleren om rustig te zetten, te leren nadenken en te leren plannen!

  6. ellen roest ellen roest - 5 november 2013

    interessant! zouden de uitkomsten van het onderzoek ook gelden voor de leeftijdscategorie 17-21? ik vind de psycho-educatie een verrassende invalshoek en denk dat het binnen studieloopbaancoaching van mijn huidige eerste jaarsgroep wel eens tot betere zelfsturing zu kunnen leiden. wie heeft vergelijkbare ervaring/overweging? of weet meer van het onderzoek?

  7. Geertje Pinxten praktijk voor Leef- en leerproblemen. Geertje Pinxten praktijk voor Leef- en leerproblemen. - 6 november 2013

    Ik geef weerbaarheidslessen met Rots en Water en het Vriendenprogramma. Ik herken het wel; fijn dat er diepgaand onderzoek is verricht; zodat mijn vermoedens nu bevestigd worden. www.geertjes-touch.nl

  8. Sanne Dekker Sanne Dekker - 7 november 2013

    Mooi om te lezen dat jullie mijn onderzoek interessant en waardevol vinden! Dank voor jullie reacties.

    Wat betreft de opmerking van Cor: Doel je op de onderzoeksbevinding dat jongens 1-4 jaar achterlopen tussen 10-15 jaar? Zo ja, dan is goed om te benadrukken dat het hier om groepsverschillen gaat. De meerderheid van de jongens ligt wat achter op de meerderheid van de meisjes. Als dat statistisch getoetst wordt, zijn er verschillen tussen jongens en meisjes te zien. Neemt niet weg dat er in de dagelijkse praktijk waarschijnlijk veel variabiliteit te zien is. Er zullen jongens van 10-15 jaar zijn die voorlopen op meiden van dezelfde leeftijd. Net zo goed als er meisjes zijn die achterlopen op jongens. Het onderzoek laat alleen zien dat de meerderheid van de jongens nog wat trager zijn in ontwikkeling. Maar: heel terecht dat je de opmerking maakt dat je andere ervaringen hebt in de praktijk. Die zijn voor ons ook heel waardevol om te horen.

    Serapio, schaken is inderdaad een goede manier om bezig te zijn met vooruitdenken, om dit te stimuleren. Mooi initiatief!

    Ellen, wij zijn ervan overtuigd dat de methode die we gebruiken toepasbaar is bij alle leeftijden. Psychoeducatie icm met vaardighedentraining en het aspect van beleving dat wordt meegenomen, kan dan ook zeer waardevol zijn voor oudere leeftijdsgroepen. Onze methode komt oorspronkelijk uit de gezondheidszorg, waar deze is toegepast bij ouderen met geheugenklachten, en volwassenen met ADHD. Ook bij hen werkten dezelfde elementen: psychoeducatie, vaardigheden training, beleving. Ik ondersteun dan ook je idee om dit binnen studieloopbaancoaching in te zetten. Het aanpassen van je (studie)gedrag begint met inzicht krijgen in hoe je zelf leert. Daar is psychoeducatie een belangrijke component in.

  9. Hester van Urk Hester van Urk - 12 november 2013

    Wat ontzettend leuk om dit stuk te lezen en wat goed dat er meer aandacht voor is in de wetenschap!

    De geschetste problemen doen me wel erg denken aan SI (sensorische informatieverwerking) problematiek bij jongere kinderen, wat ook vaker bij jongens dan bij meisjes voorkomt. Hierbij behandel je op paleo niveau via beleving, spel en onbewust leren.

    Ben erg benieuwd of SI je wat zegt..?

  10. Hetty Koster Hetty Koster - 19 november 2013

    Heel herkenbaar; de wil is er wel maar de sturing ontbreekt.

  11. John Taylor John Taylor - 20 november 2013

    Het laat zien dat metacognitieve processen belangrijk zijn voor het leren en het aanpak van leren nu en in de toekomst. De ontwikkeling ervan moet gestuurd worden (geleerd).

    (Metafoor) Als met Alexander techniek een deel van verbeteren en economisch werken komt door het “inhibition” van habitueel gedrag welk ruimte geeft voor het toepassen van effectiever patronen van gedrag.

    Super fijn om systemen te bedenken die effect hebben om jongens hulp kunnen bieden. Hoe vroeg zal zo een systeem waarde hebben in onderwijs? Kan het een plek hebben als voorbereiding in de basis onderwijs voor de middelbare school? Heeft het niet waard voor iedereen, meisjes inclusief?

  12. Cor Cor - 20 november 2013

    Uitzonderingen (die zijn er zeker) daargelaten het volgende. Je moet naar mijn mening jongens niet aanpassen aan het onderwijs, maar het onderwijs aan de jongens. Jongens zijn meer op de praktische (leren door doen) beleving ingesteld dan meisjes, daar moet je rekening meehouden bij het lesgeven en lessen maken. Daarmee bedoel ik dat jongens gebaat zijn bij een lesaanbod waar de theorie wordt verwerkt in een praktische uitvoering. Spelend leren dus en niet gelijk aan hersentjes willen gaan sleutelen middels (nog meer: er zijn er al zoveel) extra cursussen voor jongens. Laat jongens in de praktijk ervaren wat een bepaalde theorie inhoudt. Ik denk echter dat het huidge onderwijs die ruimte niet heeft/geeft. Voor meisjes die achterblijven om die reden geldt dat allemaal zeker ook.

  13. Sandra van der Bent Sandra van der Bent - 20 november 2013

    Als moeder van 5 zonen ben ik echt blij met zo'n onderzoek. Krijg wel het gevoel dat het kind/de jongen er is voor de methode en niet andersom, maar dat is een eerste indruk. Ga de samenvatting zeker lezen en hoop tot een andere conclusie te komen.Vraag me ook af of de resultaten bij brugklassers anders zouden zijn als er meer techniek- en beta vakken gegeven zouden worden. Mijn jongens hebben veel moeite met talen (muv engels) en zaakvakken. Hun talenten die duidelijk op het beta vlak liggen, kunnen zij in de brugklas/onderbouw nauwelijks benutten.

  14. Sandra van der Bent Sandra van der Bent - 20 november 2013

    @ Cor Ben zo blij en het zo eens met jou reactie! Opmerkingen van mijn zonen is vaak: als ze t één keer voordoen, snap/weet ik het, maar als ze 't 30 x vertellen weet ik het nog niet :)

  15. Kitty kilian Kitty kilian - 5 februari 2014

    Precies, Cor. Tjiezus, psychoeducatie voor normale jongens omdat het onderwijssysteem niet op hen is toegesneden! Het moet niet gekker worden.

  16. Henk Askes Henk Askes - 7 februari 2014

    In het Jeugd- en Jongerenwerk hadden we in 2005 een werkmap "BoyzProof". Vrijwilligers hadden moeite om programma's voor gemengde (j-m) te maken. Jongens leren door ervaring, meisjes meer door uitleg. Als je tegen een meisje zegt: 'Pas op, die kachel is heet', dan raakt ze de kachel niet aan. Maar zeg je het tegen een jongen, dan wil die even 'voelen' of dat zo is. Jeugdwerkbureau LAVA heeft toen de werkmap BoyzProof uitgegeven om de vrijwilligers te ondersteunen programma's voor jongens te maken. Later is ook BibleProof ontwikkeld en uitgegeven. Misschien hebben jullie hier iets aan: http://elan.antenna.nl/sites/elan.antenna.nl/files/u3/archief/enzovoort/docs/10.4%20meer%20jongens.pdf

Plaats een reactie

Over de auteur

SanneDekker.JPG

Sanne Dekker

Centrum Brein & Leren en afdeling Onderwijsneurowetenschap van de Vrije Universiteit Amsterdam

Bekijk profiel

Gratis inspiratie, kennis en updates

Ontvang elke maand de nieuwste blogs met tips en waardevolle kennis, nieuwtjes, artikelen, ebooks en inzichten automatisch in uw mailbox.

Meld mij aan