Sluiten

Zoeken in de website

Het recht op lamlendigheid

Het recht op lamlendigheid

Gastblog van Renske Valk, hoofdredacteur Van Twaalf tot Achttien

Ieder mens heeft perioden in zijn leven nodig van hangerigheid en aangename doelloosheid. Dat is geen wetenschappelijk feit, voor zover ik weet, enkel mijn stellige overtuiging. Gewoon bij perioden stevig verzaken. Lekker en heel gezond. Zo gemakkelijk is dat trouwens niet, nu we anno 2014 24 uur per dag rendabel kunnen zijn. Meester in het nietsdoen waren de Aboriginals in Australië: zij besteedden in hun oorspronkelijke levenswijze het minst aantal uren aan arbeid om te voorzien in hun levensonderhoud, ik meen zo’n twee uur per dag. De overige tijd zaten ze in groepjes in de zanderige zon en filosofeerden over de dreamtime. In de jaren 80 gold dat binnen de antropologie nog als maatstaf voor welbevinden.

Die broodnodige nietsnutterigheid zit diep in ons wezen besloten en is bij uitstek waar te nemen tussen het twaalfde en achttiende levensjaar. Persoonlijk denk ik dat een of ander evolutionair principe hiervoor verantwoordelijk is; iets dat ons leert omgaan met onverstandig en zinloos gedrag zonder direct verloren te gaan voor de soort.

Dus hebben we sinds jaar en dag een omgeving die we school noemen, een plek met precies genoeg verplichtingen om te kunnen verzaken, en net niet vijandig genoeg om eraan onderdoor te gaan. Een prachtige voorziening om langzaam te ontwaken uit de dreamtime en om de ontluikende lapzwanzerige autonomie in praktijk te kunnen brengen. Een veilige kinderhouderij waar je ook alvast kunt leren: ‘Boeit het niet, dan moet het toch’.  

U begrijpt dat ik nog niet zo ontevreden was met het jaarverslag van de Onderwijsinspectie 2013. ‘Ondanks de hoge tevredenheid zijn leerlingen en studenten niet altijd gemotiveerd voor de lessen’. Daar spreekt precies het juiste evenwicht uit. En het wordt nog beter, want even verder lees ik: ‘Slechts een vijfde deel van de leerlingen kijkt uit naar de volgende wiskundeles en slechts 12 procent van de leerlingen vindt het leuk om over wiskunde te lezen’. Tevreden zet ik een kopje thee en drink dit voor het raam op.

Ik kijk uit op een snelweg van havo-leerlingen. De ene kant op is het voor de meesten lopen geblazen, zeulend met fiets en tas, want de berg waarop ik woon is voor de meesten te steil. Slechts een enkeling beult zich fietsend naar boven. Dat zijn waarschijnlijk de gemotiveerde zorgleerlingen. De andere kant op storten ze zich op rammelende fietsen naar beneden en komen joelend en piepend en met de doodsverachting van de jeugd net op tijd tot stilstand voor de Rijksstraatweg. Het blijft een onderhoudend gezicht. Ze zijn met van alles bezig, behalve met school. Onverminderd op plaats één staat het andere geslacht. En verder gaat het vooral over elkaar, games, uiterlijk, mobieltjes, scooters en feestjes. Het echte, ontluikende en totaal overrompelende leven neemt hen volledig in beslag. Wie kijkt er uit naar de volgende les wiskunde? Wat een slimme vraag, eigenlijk.

Die avond lees ik in het coververhaal van de NRC (Ongeïnteresseerde leerlingen, d.d. 19 april) een stukje van leerling Chiem Balduk, die schrijft: ‘Ik spijbel, dus ik denk’. Goed bezig, Chiem.

Het is laat en ik heb hard gewerkt. Als ik mijn nachtlampje uitknip, bedenk ik hoe waardevol dit recht op lamlendigheid is. Laten we er zuinig op zijn.

Renske Valk is taalkundige en hoofdredacteur van het onderwijsvakblad Van Twaalf tot Achttien.

Plaats een reactie

Over de auteur

Renske Valk.jpg

Renske Valk (gastblogger)

redactie@van12tot18.nl

De CPS Nieuwsbrief: Gratis inspiratie, kennis en updates

Ontvang 1x in de zes weken de nieuwste blogs met tips en waardevolle kennis, nieuwtjes, artikelen, ebooks en inzichten automatisch in uw mailbox.

Meld mij aan