Sluiten

Zoeken in de website

Hoe kun je differentiëren naar de motivatie van leerlingen?

Hoe kun je differentiëren naar de motivatie van leerlingen?

Differentiatie en motivatie. Twee begrippen die in het onderwijs vaak aan elkaar worden verbonden. Differentiatie zou ertoe moeten leiden dat leerlingen meer gemotiveerd zijn voor leer- en werkopdrachten. Maar zorgt differentiatie daadwerkelijk voor extra motivatie bij leerlingen? Is het zo dat het indelen in bijvoorbeeld niveaugroepen leidt tot gemotiveerd leergedrag? Ofwel: zijn leerlingen meer gemotiveerd als de leraar (cognitief) differentieert?

Het is voor leraren relatief veel werk: rekening houden met verschillen tussen leerlingen, de instructie daar op afstemmen en opdrachten geven die aansluiten bij het niveau van zijn leerlingen. Het vraagt de nodige inspanning om met het differentiëren in instructie en opdrachten voor alle leerlingen in de klas passende activiteiten te realiseren. Bij veel leraren roept het differentiëren ook vragen op als: welke verschillen heb ik in mijn klas; kom ik met het indelen van leerlingen in drie groepen: een gemiddelde groep, een zwakkere groep en een sterkere groep, in voldoende mate tegemoet aan verschillen tussen leerlingen? Bereik ik met het afstemmen op die drie (cognitieve) niveaus wel mijn (leer) doelen met alle leerlingen?

Motivatieonderzoek toont aan dat personen, leerlingen op verschillende manieren gemotiveerd kunnen zijn. Motivatie is geen vast persoonskenmerk. We kunnen niet in zijn algemeenheid zeggen dat iemand als kenmerk heeft dat hij gemotiveerd is. En alhoewel het wel zo is dat de ene leerling zich gemakkelijker laat motiveren, het gemotiveerd zijn voor iets blijkt in sterke mate afhankelijk van de situatie waarin een leerling zich bevindt.

Do you CARE?

In mijn blog Hoe verbeter je de motivatie van een leerling? introduceerde ik het motivatiecontinuüm van Deci & Ryan (Ryan & Deci, 2000). Hieruit wordt duidelijk dat motivatie meer is dan alleen de uitersten van totaal niet gemotiveerd zijn (amotivatie) en juist heel erg gemotiveerd zijn  (intrinsieke motivatie) om iets te doen. In de Self-Determination Theory (SDT) leggen Deci & Ryan uit dat er drie belangrijke pijlers zijn om tot intrinsieke motivatie te komen. Deze drie pijlers, of psychologische voorwaarden, zijn:

Competentie -> de behoefte van personen, van leerlingen om grip te hebben op hun omgeving, om die omgeving te begrijpen. Zich competent voelen is dan vooral het GEVOEL hebben dat je iets kunt of beheerst, weet wat er van je wordt verwacht en waar je aan toe bent. Ook gaat het om het gevoel, de waarneming, dat je weet hoe met anderen in je omgeving om te gaan;

Autonomie -> de behoefte van leerlingen om controle te hebben over en invloed te kunnen uitoefenen op hun omgeving. De behoefte om autonoom te kunnen handelen. Zich autonoom voelen heeft te maken met het GEVOEL hebben dat je mag kiezen, dat je iets zelf kunt bepalen, zelf zaken kunt/mag reguleren;

Relatie -> de behoefte van een persoon, een leerling bij de groep te horen en vervolgens het GEVOEL dat je erbij hoort, dat dit jouw klas is, en dat een ander, zoals bijvoorbeeld de leraar op jou betrokken is, dat je mag zijn wie je bent.

De omgeving waarin iemand verkeert is van grote invloed op deze gevoelens, en een omgeving waarin tegemoet gekomen wordt aan deze basic needs, blijkt een omgeving die de motivatie van een persoon, van een leerling versterkt. Er ontstaat:

Engagement, betrokkenheid op het groeps- en klassengebeuren, de eigen rol daarin en motivatie voor de taak, de opdracht en een persoon, een leerling gaat aan de slag.

De vraag is dan natuurlijk: ‘How do you CARE?’. Hoe creëer je een omgeving die aan de basisbehoeften van leerlingen tegemoet komt? Hoe bereik je basic need satisfaction (BNS)? Omdat we inmiddels vanuit onderzoek weten dat leerlingen op verschillende manieren gemotiveerd geraken, is een volgende vraag: hoe kan ik differentiëren in motivatie? Ofwel hoe kan ik alle leerlingen in de klas het gevoel geven dat ze een opdracht echt kunnen uitvoeren, dat ze weten wat er van ze wordt verwacht en dat ze aan die verwachting kunnen voldoen? Hoe kan ik de leerlingen het gevoel geven dat ze competent zijn, dat ze iets te kiezen hebben, dat ze zichzelf kunnen zijn, dat ik het gevoel geef dat ik betrokken ben en geïnteresseerd ben in wat ze kunnen?

Motivationele differentiatie

Motivationeel differentiëren vraagt van een leraar dat hij zich kan verplaatsen in het perspectief van de leerling. Hoe zit die leerling in mijn klas? Heeft die leerling het gevoel thuis te horen in deze klas? Denkt hij de opdrachten aan te kunnen? Hebben leerlingen bij differentiële opdrachten het gevoel dat ze een opdracht mogen kiezen die past bij wat ze kunnen? Of deel je als leraar de leerlingen in (niveau)groepen in en krijgt elke groep een opdracht die volgens de leraar past bij hun cognitieve niveau? In het laatste geval valt er voor de leerling niets te kiezen. Misschien had een leerling liever met andere leerlingen in een groep gezeten, een andere opdracht gemaakt of vindt hij de opdracht té moeilijk of té gemakkelijk. Dit kan ertoe leiden dat een leerling de opdracht misschien alleen uitvoert omdat hij anders geen goed cijfer haalt, maar feitelijk niet echt gemotiveerd is voor de opdracht.

Hoe kun je motivationeel differentiëren?

Hoe kun je motivationeel differentiëren? Hoe kun je een voor leerlingen stimulerende  en motiverende leeromgeving ontwerpen? Een omgeving waarin aan de drie basisbehoeften wordt tegemoet gekomen en een leerling zich competent kan voelen, het gevoel heeft keuzes te mogen maken en een goede relatie met de klas en leraar voelt. Een drietal kenmerken van die omgeving blijken daarvoor essentieel, te weten: 1) structuur, 2) stimulering en ondersteuning van autonomie, én 3) betrokkenheid (Skinner & Belmont, 1993; Reeve, 2002; Connell & Wellborn, 1991). Voorbeelden van elk van deze drie kenmerken zijn:

Structuur: informatie die een leerling krijgt over wat er van hem/haar wordt verwacht in een les. Bijvoorbeeld door:

  • Te vertellen over hoe de les eruit ziet,
  • en welke leerstof aan bod komt,
  • Aan te geven wat er van leerlingen wordt verwacht,
  • en hoe ze dat kunnen bereiken,
  • Werkwijzen die worden ingezet toe te lichten,
  • Duidelijke instructie/uitleg te geven en oplossingswijzen voor te doen,
  • Te checken wat leerlingen zelf al weten,
  • Leerlingen te laten reflecteren op wat ze hebben geleerd,
  • Zich responsief, vragend op te stellen naar leerlingen,

Stimuleren en ondersteunen van autonoom gedrag: de mate waarin een leerling het gevoel heeft zelf keuzes te mogen maken en hierin te worden ondersteund, bijvoorbeeld door:

  • Leerlingen ruimte te geven opdrachten op hun eigen manier te maken,
  • Waar mogelijk aan te sluiten bij eigen interesses van leerlingen,
  • Een actieve leerhouding te stimuleren,
  • Leerlingen altijd (de mogelijkheid tot) ondersteuning te geven bij het uitvoeren van (zelf gekozen) opdrachten,
  • Leerlingen aan te moedigen in groepen naar eigen keuze te werken,
  • Leerlingen uit te nodigen kritisch en creatief na te denken over opdrachten,

Betrokkenheid op leerlingen te tonen, bijvoorbeeld door:

  • Te laten merken het leuk te vinden aan alle leerlingen van de klas les te mogen geven,
  • Op de hoogte te zijn van bijzondere gebeurtenissen van leerlingen,
  • Te weten wat voor een leerling belangrijk is,
  • Interesses van leerlingen kennen,
  • Aandacht te hebben voor alle leerlingen in de klas,
  • Namen van leerlingen kennen,
  • Leerlingen te vertrouwen op hun inzet.

Leraren die hierin een goede balans weten te creëren en daarmee aan alle drie de basisbehoeften van leerlingen tegemoet komen zullen bij hun leerlingen meer taakbetrokkenheid en eigenaarschap van het leren – Engagement - realiseren.

Meer weten over motiveren? Schrijf u in voor een tweedaagse training Leerlingen motiveren  

Reacties

  1. Anne Arink Anne Arink - 18 februari 2015

    Heel herkenbaar. Mooi overzichtelijke blog!

  2. Hetty Deelstra Hetty Deelstra - 20 februari 2015

    Interessant, prettig leesbaar en goed onderbouwd blog! Dit smaakt naar meer!

    Ik ben nog wel benieuwd naar de werking van (sterke) intrinsieke motivatie op het CARE-model.

  3. Greet de Boer Greet de Boer - 22 februari 2015

    Dank voor uw reacties op de blog over motivationele differentiatie. @Hetty Deelstra: indien een leerkracht/docent een leeromgeving ontwerpt waarin hij/zij tegemoet komt aan de basic needs van de leerlingen in de klas, dan zal bij de meeste leerlingen engagement voor het schoolse leren, de schoolse opdracht ontstaan. Bij een aantal leerlingen kan er zelfs sprake zijn van een vorm van intrinsieke motivatie.

  4. Michel Verdoorn Michel Verdoorn - 14 juli 2015

    Je geeft in dit artikel geen antwoord op de vraag die je centraal stelt: zijn leerlingen meer gemotiveerd als de leraar (cognitief) differentieert? Je maakt wel een draai naar motivationeel differentiëren, wat ik op zich weer vreemd vind, want voldoen aan de psychologische basisbehoeften van elk individu vind ik geen vorm van differentiatie. Mijn manier om motivatie en cognitieve differentiatie te combineren is een nieuw instructiemodel: Zelfgereguleerd Differentiëren. Lees hierover meer op www.lestijd.nl Ik ga hierover graag met u in discussie.

Plaats een reactie

Over de auteur

Greet de Boer portret.jpg

Greet de Boer

De CPS Nieuwsbrief: Gratis inspiratie, kennis en updates

Ontvang 1x in de zes weken de nieuwste blogs met tips en waardevolle kennis, nieuwtjes, artikelen, ebooks en inzichten automatisch in uw mailbox.

Meld mij aan