Sluiten

Zoeken in de website

Wat is effectieve samenwerking tussen jeugdzorg en onderwijs eigenlijk?

Wat is effectieve samenwerking tussen jeugdzorg en onderwijs eigenlijk?

Vanaf de dag dat een kind voor het eerst naar school gaat ontstaat er een relatie tussen ouders en de leraar: samen overleggen, samen sparren en samen zoeken naar het beste voor het kind. Scholen vinden het dan ook uitermate belangrijk dat de samenwerking met ouders goed wordt georganiseerd. Maar bij de invoering van Passend Onderwijs en de bijbehorende afstemming tussen zorg en onderwijs dreigt iedereen de waarde van ouderbetrokkenheid weer even te vergeten. Een gemiste kans volgens mij.

Het probleem

Door de invoering van Passend Onderwijs krijgen scholen steeds meer te maken met ouders en kinderen waarbij ook zorgverleners een rol spelen in de zoektocht naar het beste voor het kind. Maar volgens mij is er een probleem: hoewel samenwerking tussen zorg en onderwijs langzaam maar zeker op gang komt, worden ouders hier te weinig bij betrokken. Met als gevolg dat vanuit het perspectief van de ouders er ondanks de samenwerking tussen onderwijs en zorg er nog steeds langs elkaar heen gewerkt wordt als het om hun kind gaat. En dat kan niet de bedoeling zijn.

Op de site van de besturenorganisatie Verus wordt zelfs een wethouder aan het woord gelaten die, gevraagd naar het succes van de samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg, niet eens meer spreekt over leraren, ouders en leerlingen. Schijnbaar wordt het succes van samenwerking afgemeten aan kloppende structuren en heldere stroomschema’s.

We spreken bij de samenwerking tussen zorg en onderwijs veel meer over de ‘wie doet wat en wanneer’ vragen, dan over de ‘waarom en waartoe’ vragen. We richten ons met elkaar op functies die toegevoegd worden op scholen: ‘schoolmaatschappelijk werkers zijn de linking pin met de wijkteams’ of ‘ambulant begeleiders worden toegevoegd op de scholen’. We meten het succes van de samenwerking af aan duidelijke afspraken, elkaar kennen en ‘op elke school een contactpersoon’. 

Er is meer nodig dan informeren

Zoals ik al zei: de samenwerking tussen zorg en onderwijs komt langzaam maar zeker op gang. Maar welke gemeente en welke school laat ouders meedenken over de verbinding tussen onderwijs en zorg? Wordt door schooldirecties aan ouders gevraagd om mee te denken over Passend Onderwijs op de school? Mogen ouders meedenken over de manier waarop onderwijs en zorg samenwerken? Ook als het niet alleen over henzelf of over hun eigen kind gaat? Ik lees in de brief bij de achtste rapportage rond Passend Onderwijs van staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer enkel over een informatieplicht. Maar waarom informeren? Waarom niet gewoon meedenken en meepraten?

Laat ik het proberen te illustreren aan de hand van een voorbeeld uit de klas, ontleend aan een voorbeeld van Professor Dolf van den Berg:

‘Linda steekt haar vinger op en laat merken dat ze het antwoord op je vraag weet. Kees hangt gapend over zijn tafel en Philip kijkt je met zijn grote vragende ogen aan. Wim krabt achter zijn oor en Willem zit achterstevoren op zijn stoel. Kim, waarvan u net van haar moeder begreep dat ze thuis vertelt dat ze gepest wordt, kijkt stil vooruit. In uw linkerooghoek ziet u Samira contact maken met Joost die aan de andere kant van de klas zit. Joost, dat is een leerling waarvan de ouders bezorgd zijn omdat hij misschien hoogbegaafd is. Ook Wim weet het antwoord en steekt zijn vinger op. Lucas wiebelt op zijn stoel, vast zijn medicatie vanmorgen niet gehad. Vlak voor u zit Pim, hij zit net sinds vorige maand in de klas en kan zijn draai nog niet helemaal vinden. U denkt bij uzelf: wie zal ik vragen mij antwoord te geven op mijn vraag?’

Dit is de kern van Passend Onderwijs. Als ouders, leerkrachten, kinderen en zorgverleners optimaal gaan samenwerken, zou het antwoord op de vraag van de leraar in bovenstaand voorbeeld ongeveer zo kunnen worden:

‘U denkt terug aan het gesprek van gisteren. Samen met haar ouders had u een gesprek met een GZ-psycholoog van de plaatselijke jeugd-GGZ. Jullie bespraken samen het plan dat u aan het begin van het jaar had gemaakt. Aan het begin van het jaar had haar moeder een poos in de klas elke ochtend naast haar gezeten om haar te helpen met rekenen en taal. Langzaam was dat afgebouwd en samen met de GZ psycholoog had u meer inzicht gekregen in haar manier van denken. Dat heeft u geholpen, u voelde u als leerkracht ondersteund, zelfs zo dat u deze informatie nu ook bij andere leerlingen gebruikt. U zegt: ‘Samira, wil jij vertellen wat in jou opkwam bij mijn vraag?’

Wat kunt u doen?

  • Zorg dat uw school de plek wordt waar expertise wordt verzameld. Expertise van thuis, de zorg en het onderwijs. Expertise waar leraren baat bij hebben, expertise die leraren, zorgverleners en ouders kunnen gebruiken om te blijven samenwerken als het niet lekker loopt met het kind. In de klas of thuis. Stel dus eisen aan de functionarissen die bij u op school delen van de jeugdzorg uitvoeren.
  • Nodig gemeenten uit om de resultaten af te meten in de gesprekken met ouders, leerlingen en leraren. Investeer in de samenwerking met ouders, laat ze meedenken over de koppeling tussen onderwijs en zorg en zorg ervoor dat leraren een beroep kunnen doen op alle expertise de er in de jeugdzorg is.

Plaats een reactie

Over de auteur

Wienen Bert.jpg

Bert Wienen

Bert Wienen is expert op het thema onderwijs, ouders en jeugdhulp.

Bekijk profiel

Gratis inspiratie, kennis en updates

Ontvang elke maand de nieuwste blogs met tips en waardevolle kennis, nieuwtjes, artikelen, ebooks en inzichten automatisch in uw mailbox.

Meld mij aan