Sluiten

Zoeken in de website

Eindelijk, toetsbeleid!

Eindelijk, toetsbeleid!

Het onderdeel over toetsing in het nieuwe inspectiekader komt niet als verrassing. We zien dat scholen nog altijd worstelen met determinatie, aansluiting onderbouw-bovenbouw en het maken van goede toetsen met voorspellende waarde. Wat betekent het nieuwe inspectiekader voor de school en de secties? Wat is het voordeel voor de leerlingen?

Foto behoort bij blog over toetsbeleid

Ruimte voor keuzes

Scholen staan voor de belangrijke taak de leerroutes in doorlopende leerlijnen zodanig effectief neer te zetten dat een leerling in staat wordt gesteld om op het voor hem of haar hoogst haalbare niveau te slagen. Belangrijk is daarbij vooral te kijken naar wat moet (eindtermen) en niet zozeer naar wat de school, de secties of zelfs de individuele docent belangrijk vindt. Door de programma’s ‘lean and mean’ toe te laten werken naar het eindexamen ontstaat ruimte die scholen kunnen benutten voor keuzes op schoolniveau zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van individuele talenten of het vaardiger maken van leerlingen in belangrijke lifeskills zoals verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid, reflectie en pro-activiteit.

Diverse recente onderzoeken (John Hattie, NRO, Meusen, Universiteit Twente) tonen maar weer eens aan hoe belangrijk het is dat docenten correcte feedback geven, toetsen formatief inzetten en gebruiken, toetsen effectief nabespreken en toetsen maken op basis van jaarlaagmatrijzen. Deze jaarlaagmatrijzen maken dat toetsen en eindrapportcijfers voorspellende waarde hebben.

Zo doen we dat op deze school

In het onderdeel toetsing van het nieuwe inspectiekader wordt het belang benadrukt dat scholen toetsbeleid vaststellen. In dat toetsbeleid stelt de schoolleiding nut en noodzaak vast, samen met visie en kaders, zoals kwaliteitscriteria en werkwijze. Het toetsbeleid dient vervolgens te worden uitgewerkt op sectieniveau; in vakwerkplannen. In deze vakwerkplannen verantwoorden de secties hun activiteiten, hun doorlopende leerlijn (aansluiting onderbouw-bovenbouw), hun cijferanalyse met borgings- en verbeterplannen, vakdidactiek en praktische zaken. De vakwerkplannen zijn zo het werkdocument van de secties: zo doen we dat op deze school. Ook is het vakwerkplan de doorlopende agenda van de sectie zelf en die van het gesprek met de schoolleiding. Wat doe je wanneer, hoe en waarom? Wat zijn de resultaten en analyses? Wat ga je vervolgens borgen en aanpakken? 

Betere resultaten voor leerlingen

Deze werkwijze heeft direct invloed op de programma’s onderbouw en bovenbouw, de PTA’s, de determinatie en de wijze van toetsing, met als beoogde opbrengst betere resultaten voor de leerling. Daardoor wordt ook helder dat scholen moeten investeren in het trainen en opleiden van hun docenten in deze materie. Vreemd genoeg is op de lerarenopleidingen namelijk nog nauwelijks sprake van een wezenlijk onderdeel over toetsing in het curriculum. 

Toetsbeleid en vakwerkplannen zijn niet zozeer verantwoordingsdocumenten naar de inspectie, maar vooral plannen van aanpak met als resultaat dat de leerling een kwalitatief hoogwaardige leerroute krijgt aangereikt waarin het onderwijs vooral uitgaat van wat ‘moet’ en zo minder docentafhankelijk wordt. Daar heeft de leerling uiteindelijk het meeste aan.  

Reacties

  1. Muriel Daal Muriel Daal - 9 mei 2016

    Dag meneer veldhuizen. met name de ruimte voor keuzes voor scholen spreekt mij aan in dit artikel. Zo kunnen wij binnen het vmbo leerlingen met praktisch talent nog meer een podium geven.
    vriendelijke groet
    Muriel Daal

Plaats een reactie

Over de auteur

Sander van Veldhuizen_web.png

Sander van Veldhuizen

Sander traint en adviseert scholen op o.a. de thema’s toetsing, docentvaardigheden, mentorvaardigheden en de 7 gewoonten van Covey.

Bekijk profiel

De CPS Nieuwsbrief: Gratis inspiratie, kennis en updates

Ontvang 1x in de zes weken de nieuwste blogs met tips en waardevolle kennis, nieuwtjes, artikelen, ebooks en inzichten automatisch in uw mailbox.

Meld mij aan