Sluiten

Zoeken in de website

Inspectie verandert de beoordeling van tussenresultaten: en nu?

Inspectie verandert de beoordeling van tussenresultaten: en nu?

Sinds 1 februari 2016 heeft de inspectie de beoordeling van de tussenresultaten van scholen in het primair onderwijs veranderd. De beoordeling van de tussenresultaten wordt niet langer betrokken bij de eindwaardering over de school. De ontwikkeling van leerlingen blijft centraal staan. Wat is er nu precies veranderd en wat betekent dit voor scholen?

Wat is er nu precies veranderd?

In het veranderde toezicht van de inspectie blijft de ontwikkeling van leerlingen centraal staan. Het is belangrijk dat scholen deze ontwikkeling goed kunnen volgen. Om daar op te kunnen sturen heeft de inspectie de afgelopen jaren steeds een oordeel uitgesproken over de tussenresultaten. Dat is nu veranderd. De inspectie bepaalt geen tussennormen meer. De inspectie blijft wel kijken naar hoe scholen omgaan met de tussenresultaten in de lijn van de te verwachte opbrengsten van de leerlingen van hun school. Voor de eindtoetsen blijft de bestaande normering onverkort in stand.

Waarom verandert dat?

Voor sommige scholen werd het behaalde resultaat en de verantwoording daarover belangrijker dan het oorspronkelijke doel van de toetsen, namelijk het zo goed mogelijk kunnen volgen van de ontwikkeling van de leerlingen.

Door een toets, mits dat een goede toets is natuurlijk, kan de leerling laten zien wat hij of zij al kan en kent. Een toets geeft de leerkracht zinvolle informatie over wat de leerling heeft geleerd van het aangeboden onderwijs, of dat voldoende is met het oog op het einddoel, en wat de volgende stap in zijn leerproces kan zijn. Door de eerder genoemde wijziging wil de inspectie de doorlopende ontwikkelingslijn van de leerling weer meer centraal stellen.

Het is aan scholen om hun vertrouwen in de leerlingen uit te spreken door het stellen van ambitieuze doelen. De toetsen geven daarbij houvast en dienen voor zowel de leerkracht als leerling als feedback in hoeverre het uiteindelijke doel al is bereikt.

Wat betekent dit voor scholen?

Van scholen vraagt dit een hoge mate van professionaliteit. Door het nieuwe waarderingskader zullen de gesprekken op school over de toetsresultaten niet alleen moeten gaan over het absolute resultaat, maar ook over de toegevoegde waarde.

Kinderen beginnen met verschillende niveaus en talenten in het basisonderwijs. De kwaliteit van onderwijs op een school wordt mede bepaald door de volgende vraag: in hoeverre biedt het onderwijs op onze school, met ons team, met onze diversiteit aan leerlingen, zowel individueel als in de groep het meest optimale leerresultaat? Hier gaat het dan meer over de toegevoegde waarde van het onderwijs en minder om het absolute resultaat. Door uitspraken te doen over die toegevoegde waarde op basis van de tussentijdse toetsen staat niet het resultaat maar juist de ontwikkeling van de leerling centraal. Van scholen wordt gevraagd die toegevoegde waarde te kunnen verantwoorden. Het feit dat een leerling ‘van een zes naar een zeven gaat’ is dan net zo belangrijk als ‘van een vijf naar een zes’.   

Wat betekent dit voor leerkrachten?

Voor leerkrachten betekent dit dat zij de ontwikkeling van de leerlingen en de leerlijnen van de leerstof goed in hun hoofd hebben en deze aan elkaar kunnen koppelen; dit is wat de leerlingen moeten kunnen en dit is mijn onderwijsaanbod om ze daar te brengen. De tussentijdse toetsen geven daarbij houvast. Een belangrijke voorwaarde daarbij is natuurlijk dat de leerkracht ook vertrouwen heeft in de mogelijkheden van de leerling en deze hardop uitspreekt.

Dat vraagt van leerkrachten misschien wel om nog bewuster bezig te zijn met hun vak; waarom doen ze de dingen die ze doen? Welke keuzes maken zij ten aanzien van de leerling en de leerstof, los van de methode. En is het resultaat c.q. die toegevoegde waarde dan optimaal genoeg?

Of resultaten optimaal zijn wordt mede bepaald door de doelstellingen van de school. Het is aan de schoolleider om het gesprek te organiseren over die toetsen en de toegevoegde waarde door de leerkracht. Het is een continue afstemming tussen de leerkracht en school.

Het zou een mooie ontwikkeling zijn als deze nieuwe regeling van het inspectiekader niet alleen het vertrouwen in het vakmanschap van de leerkracht stimuleert, maar ook dat hij of zij zich kan verantwoorden en zich hardop durft uit te spreken in de begrenzing daarvan. Dat we het respecteren als op enig moment een leerkracht hardop zou kunnen zeggen ‘deze resultaten zijn door mijn onderwijs met al mijn vakmanschap het hoogst haalbare wat ik voor deze leerling of leerlingen kan betekenen’. 

Van beoordelen naar vertrouwen geven en verantwoording vragen. 
Ik wens u veel inspirerende gesprekken over goed onderwijs toe!

Plaats een reactie

Over de auteur

Els Loman 2017.jpg

Els Loman

Els Loman is adviseur bij CPS. Haar expertise ligt op het gebied van schoolontwikkeling, taalbeleid en didactiek.

Bekijk profiel

Gratis inspiratie, kennis en updates

Ontvang elke maand de nieuwste blogs met tips en waardevolle kennis, nieuwtjes, artikelen, ebooks en inzichten automatisch in uw mailbox.

Meld mij aan