Zoeken in de website

Open/sluit dit paneel

CPS Blogs

 Lees ook onze andere  blogs

Voorlezen met een twist? De leukste boekentips voor elke bouw

Voorlezen met een twist? De leukste boekentips voor elke bouw

23 januari 2017 - door Karin van de Mortel - 0 reacties

De Nationale Voorleesdagen beginnen deze week. Een mooi moment om uw leerlingen te trakteren op een gezellig, extra voorleesboek. Maar welk boek wordt het? Kiest u voor de bekende weg of durft u het aan om iets nieuws te proberen? Het zal u verrassen hoe positief uw leerlingen daarop reageren! Geef het een kans. Een aantal suggesties om u alvast op weg te helpen.


illustratie: Jenni Desmond

O nee, geen poëzie! Of misschien toch?

Wat is dat toch met poëzie? Veel kinderen denken dat gedichten saai zijn. Of onbegrijpelijk. Meer iets voor oude mensen dan voor hen. Met onderstaande gedichtenbundels bewijst u het tegendeel. Ze zijn humoristisch, spitsvondig en gaan over thema’s die voor kinderen heel herkenbaar zijn. Ervaar maar eens hoe uw leerlingen erop reageren.

# Voor de onderbouw

Niets liever dan jij van Erik van Os (Querido Kinderboeken) is een gedichtenbundel waar je direct warm van wordt en om moet lachen. De gedichtjes zijn zo heerlijk herkenbaar. Iedereen die zelf kinderen heeft, kent vast de vraag: Mam, wie vind jij nu het liefste? Hoe vaak vragen kinderen dat niet? Het titelgedicht geeft een prachtig antwoord!

# Voor de middenbouw

Een dichtbundel waar u echt niet omheen kunt, is Nooit denk ik aan niets van Hans en Monique Hagen. …Ik denk nooit aan niets (Querido Kinderboeken). Want als ik dat probeer denk ik stiekem toch aan iets… Een waarheid die we allemaal kennen van de opdracht om vooral niet aan een roze olifant te denken.

# Voor de bovenbouw

Van harte aanbevolen: Rond Vierkant Rond van Ted van Lieshout (Leopold). Het boek is een pleidooi voor de prachtige vormgeving van het sonnet en staat vol met aanwijzingen hoe kinderen zelf een sonnet kunnen schrijven. Dat is dus meteen een mooie schrijfopdracht! De aanwijzingen zijn helder gestructureerd, dus uw leerlingen kunnen er in principe zelfstandig mee aan de slag. Persoonlijk denk ik eerlijk gezegd dat u het wat beter werkt als u het samen met hen doet.

Jakkes, non-fictie

Denkt u dat uw leerlingen het liefst naar een verhaal luisteren? Dat ze op het puntje van hun stoel zitten als een beer in een broek kan praten? U vergist zich! Kinderen zijn óók heel geïnteresseerd in het leefgebied van die beer of in zijn vijanden. Lees dus gerust eens voor uit een informatief boek!

# Voor de onderbouw

Het bijzondere beestjesboek van Yuval Zommer (Lemniscaat) is een heel geschikt informatief boek over de natuur. Op grote gekleurde getekende illustraties staan allerlei interessante weetjes voor jonge kinderen over kleine bekende beestjes, bijvoorbeeld motten, termieten, slakken, wandelende takken en regenwormen.

Het is fijn dat de pagina’s van dit boek zo groot zijn. Daardoor is er veel ruimte voor de rustige illustraties en de beperkte, bondige tekst en blijft de informatie voor de lezer heerlijk overzichtelijk. Een tip: scan de pagina’s die u voorleest en toon ze op het digibord. Zo kunnen uw leerlingen meegenieten van de aansprekende vormgeving.

Er worden ’slimme’ vragen gesteld waar de korte tekst dan antwoord op geeft, zoals Lijkt een babybeestje op zijn ouders? en Waarom zijn beestjes zo snel? Regelmatig wordt informatie overzichtelijk, in korte zinnen opgesomd. Om maar eens een voorbeeld te noemen: De paardenvlieg vliegt sneller dan een auto op de snelweg. Ook krijgt de lezer soms een opdracht: Zie je de spin die op een lekker hapje zit te wachten?

De antwoorden op de gestelde vragen worden achterin het boek getekend verteld. Een geïllustreerde woordenlijst (de zogenoemde ‘beestjeswoorden’), een index en een inhoudsopgave completeren dit boek. Wat een mogelijkheden, wat een kwalitatief compleet informatief boek!

# Voor de onder- en middenbouw

Mijn favoriet in dit genre is op dit moment toch wel De blauwe vinvis van Jenni Desmond (Lemniscaat). Een informatief prentenboek (!) over de blauwe vinvis. Lees je één pagina, dan wil je alles lezen over dit bijzondere dier. Het taalgebruik is rijk en informatief, met woorden als variëren, vasthechten, uniek, herkennen, skelet, gewichtloos en materiaal. Toch blijft de tekst steeds heel begrijpelijk omdat de illustraties naadloos aansluiten en ze de tekst zo goed visueel ondersteunen. Een prachtig voorbeeld hoe een prentenboek ook een complexe tekst kan bevatten. Ik denk dat de informatie over het leven in de zee leerlingen in de middenbouw erg zal aanspreken!

Een heel leuke twist in dit boek zijn de impliciete rekenkansen. Om te visualiseren hoe groot en uitzonderlijk het dier is, staat het boek vol met vergelijkingen tussen de vinvis en bekende zaken uit de mensenwerkelijkheid:

  • Het kalf drinkt 200 liter moedermelk per dag en kan wel 4,5 kilo per uur aan komen. De bijbehorende illustratie laat 50 jerrycans met elk 4 liter melk zien.
  • De vinvis kan met uitgeblazen lucht een fontein maken tot 10 meter. Dat zijn 9 zevenjarige jongens bovenop elkaar, schrijft de auteur. Op de illustratie zien we die 9 jongens dan ook op elkaars schouders staan.

Het boek geeft zoveel bijzondere wetenswaardigheden omtrent de blauwe vinvis, dat je niet meer wil stoppen met lezen. Als lezer wil je echt alles weten. Wat een sterke schrijfstijl voor een informatief boek!

# Voor de midden- en bovenbouw

Zij de cobra? Wij de adder! van Geert-Jan Roebers (uitgeverij Gottmer) is gebaseerd op een blog over de natuur, speciaal voor de hogere middenbouw en de bovenbouw van het basisonderwijs. In de inleiding - Ben even op safari - wordt de bedoeling van het boek toegelicht:

Je wist het vast nog niet, maar ook in ons land komen dieren als cobra’s, pinguïns, en barracuda’s voor. Ze zien er alleen anders uit. En ze heten ook anders, in dit geval: adder, fuut en snoek.

Dit fragment uit de inleiding geeft precies aan wat het leesdoel van dit boek zou kunnen zijn: luister naar en lees over de overeenkomsten en verschillen tussen onze eigen Hollandse dieren en exotische dieren. Het resultaat laat zich raden: de diersoorten van eigen bodem zijn minstens zo spectaculair!

Geert-Jan Roeberts vergelijkt bijvoorbeeld de kameleon met de zeekat, de gnoe met de spreeuw en het stokstaartje met het konijn. Op meerdere dubbele pagina’s gaat hij in op de bijzondere kenmerken van de diersoorten, gevolgd door vier pagina’s extra info over het inheemse dier.

De vormgeving van dit boek is aangenaam, met een rustige bladspiegelverdeling en eenvoudige, heldere tekeningen. Qua beeld is er veel te ontdekken: tekeningen die uitvergroten, dwarsdoorsneden, vergelijkingen van grootte, grappige tekeningen die de tekst illustreren of daadwerkelijk ondersteunen. Het taalgebruik is helder. De auteur gaat moeilijkere begrippen niet uit de weg maar voegt informatie toe, waardoor de tekst begrijpelijk blijft.

Tekstvoorbeeld:
Lange tijd was de torenvalk de meest voorkomende roofvogel van ons land.
Maar sinds een jaar of twintig staat de buizerd op één. Dat komt vooral doordat het een stuk beter gaat met de buizerd. Maar ook wel doordat het minder goed gaat met de torenvalk.

En voor wie nog meer wil: dit is een prachtig boek om aandacht te besteden aan de tekststructuur van overeenkomsten en verschillen. Vooral de pagina’s waarop de beide diersoorten met elkaar worden vergeleken, bieden veel mogelijkheden tot taalbeschouwing. Uit welke woorden blijkt nu precies dat de auteur echt heel trots is op de diersoort die wij hier hebben? Hoe doet de schrijver dit? Kortom: mooie mentorteksten om schrijfopdrachten te ondersteunen!

# Voor de midden- en bovenbouw

Tot slot een bijzonder boek dat zich niet in één tekstsoort laat vangen: Stem op de okapi van Edward van den Vendel en Martijn van der Linden (Querido Kinderboek). Dit boek beschrijft in verschillende hoofdstukken alle bijzonderheden die de okapi tot zo’n bijzonder dier maken.

Wat het boek zo interessant maakt, is de verscheidenheid aan tekstgenres waarmee de okapi aan de lezer wordt voorgesteld, zowel verhalend als informatief. Er staat beeldende kunst in dit boek, fictie en poëzie. Er is sprake van informatief beschrijvende tekst en er wordt er een dierentuinverzorger geïnterviewd. Niet voor niets heeft dit boek de subtitel Wie dit leest heeft er een lievelingsdier bij.

En de lieveling is…

Als u dan ook De blauwe vinvis heeft voorgelezen, ben ik benieuwd welk dier de titel ‘Lievelingsdier’ van uw klas gaat winnen. Op basis van (aan de tekst gerelateerde) argumenten uiteraard! Deelt u ze met ons?

Karin van de Mortel is expert op het gebied van taal- en leesonderwijs en auteur van diverse boeken op dit terrein zoals Lezen… denken… begrijpen!



Deel dit bericht

Reacties

Plaats een reactie

Italic en bold

*Dit is italic*, en _dit ook_.
**Dit is bold**, en __dit ook__.

Links

Dit is een link naar [Procurios](http://www.procurios.nl).

Lijsten

Een lijst met bullets kan worden gemaakt met:
- Min-tekens,
+ Plus-tekens,
* Of een asterisk.

Een genummerde lijst kan worden gemaakt met:
1. Lijst-item nummer 1.
2. Lijst-item nummer 2.

Quote

Onderstaande tekst vormt een quote:
> Dit is de eerste regel.
> Dit is de tweede regel.

Code

Er kan een blok met code worden geplaatst. Door voor de tekst vier spaties te plaatsen, ontstaat een code-block.

(c) 2017 CPS Onderwijsontwikkeling en advies