Sluiten

Zoeken in de website

Leiderschap? Zo maak je er (7) gewoonten van

Leiderschap? Zo maak je er (7) gewoonten van

Vanaf de start van dit schooljaar werken het kindcentrum en openbare basisschool Adriaan van den Ende in Warnsveld met 'The Leader in Me', een pedagogische leerlijn voor basisscholen. Kinderen leren hierbij op een speelse manier 7 gewoonten aan die zijn gericht op persoonlijke groei en goede relaties met anderen. Het voorbeeldgedrag van de leerkrachten staat hierbij centraal. Hoe dat in de praktijk werkt en of het ook voor de allerkleinsten werkt, vragen we aan pedagogisch medewerker Ilse Ezerman en groepsleerkracht Ingrid Bol.

Veel mensen zal de term ‘7 gewoonten’ (of 7 habits eigenlijk), bekend in de oren klinken. Dat klopt, want 'The 7 habits of highly effective people’ van auteur Stephen Covey is wereldwijd een bekroond leiderschapsboek. De kern van het boek is dat effectieve mensen een zevental gewoonten hebben die de basis zijn voor hun succes en dat iedereen deze gewoonten bij zichzelf (verder) kan ontwikkelen.

Dit gedachtegoed is later ook uitgewerkt voor tieners, basisschoolkinderen en zelfs gezinnen. Dat komt omdat het leiderschap van Covey vooral gaat over zelf-leiderschap. Het gaat erom kinderen gewoonten te leren die het eigenaarschap ontwikkelen en hen helpt het beste in zichzelf naar boven te halen. (De 7 gewoonten van Stephen Covey worden op deze pagina nader toegelicht. Red.)

Als één team van start

Het kinderdagverblijf, de peuterspeelgroep en de buitenschoolse opvang van het Kindcentrum telt bij elkaar zo’n 140 kinderen. Op de basisschool zitten ongeveer 280 kinderen. De twee organisaties zitten bij elkaar in een pand en zijn als team het traject van ‘The Leader in Me’ ingegaan.

Bij deze leerlijn staat voorbeeldgedrag centraal. Daarom was het zaak dat de leerkrachten eerst zelf de 7 gewoonten konden toepassen, voordat ze er met hun leerlingen mee aan de slag zouden gaan. Daarvoor volgden de pedagogisch medewerkers, leerkrachten, intern begeleiders en de directeur in het schooljaar 2015/2016 een intensieve vierdaagse training die door CPS werd verzorgd. Daarnaast was er gedurende vier dagen een intensieve interne werkbijeenkomst.

Vanaf dit schooljaar zijn ze de gewoonten gaan overbrengen op de leerlingen. Om dat op een gefaseerde manier te doen stond de eerste tijd elke week een van de gewoonten centraal.

Het begin van een gewoonte

Ingrid Bol geeft op de basisschool les aan groep 4. Ze werkt in hetzelfde gebouw als Ilse Ezerman die als pedagogisch medewerker bij het kinderdagverblijf verantwoordelijk is voor de opvang van kinderen van nul tot en met 4 jaar. Beiden hebben inmiddels een aantal weken met de 7 gewoonten kunnen werken.

# Hoe hebben jullie de kinderen er kennis mee laten maken?  

Ingrid: “We hebben in alle lokalen posters opgehangen met de 7 gewoonten en in de eerste week hebben alle leraren een presentatie gegeven aan de hele school en de peuters. Om de begrippen te introduceren, voerden leraren toneelstukjes op.

Zo deden ze bijvoorbeeld een partijtje voetbal om ‘Denk win-win’ uit te leggen. Er moest een penalty genomen worden en die wilde natuurlijk iedereen nemen. Uiteindelijk nam degene die het hardste schreeuwde de penalty, maar die mistte. Ze deden het stukje nog een keer, maar toen keken ze wie het beste kon schieten. Die mocht hem nemen en schoot raak. En daar heeft het hele team belang bij.”

# Hoe pakte het uit bij de peuters?

Ilse: “Het is een behoorlijke uitdaging! Alles wat je erover leest, gaat over schoolkinderen, niet over het voorschoolse. Wij werken met kinderen van nul tot vier. En net als op de basisschool werken we met het Happy Kids boek. Voor peuters is dat best pittig. Maar we zijn gewoon enthousiast aan de slag gegaan en kijken hoe ver we komen. Je merkt wel dat je niet met alle gewoonten aan de slag kan. Bij deze kinderen begint het bij het individuele, alles wat met ‘samen met anderen’ te maken heeft, is nog lastig.”


De 7 gewoonten:

  1. Wees proactief – Je maakt je eigen keuzes
  2. Begin met het einddoel voor ogen – Maak een plan
  3. Belangrijke zaken eerst – Eerst werken, dan spelen
  4. Denk win-win – Zoeken naar voordeel voor iedereen
  5. Eerst begrijpen, dan begrepen worden – Luister voordat je praat
  6. Synergie – samen is beter
  7. Houd de zaag scherp – Evenwicht voelt het best 


# De begrippen die jullie gebruiken zijn niet echt kindertaal. ‘Wees proactief’ bijvoorbeeld is erg abstract. Hoe gaan jullie daarmee om?

Ilse: “Je moet soms een vertaalslag maken. Aan de andere kant ook niet te veel, want over twee jaar gaan ze ermee verder. Het is voor de kinderen prettig dat ze zien dat het op de basisschool doorgaat.” Volgens Ingrid raken de kinderen er ook aan gewend: “Ik merkte dat tijdens de ouderavond. Diverse ouders vertelden dat hun kinderen er thuis over begonnen en die termen gebruiken.”

# Elke week staat er bij jullie een gewoonte centraal. Welke was de eerste?

Ilse: “Dat was gewoonte 1 ‘Wees proactief’. Daarbij is het de bedoeling dat de kinderen hun eigen keuzes leren maken. Om een voorbeeld te geven: ik had een meisje in de groep dat moeilijk tot spelen kwam. Normaal gesproken vulden wij de keuzes vaak in, maar nu zeg je: “Ga maar even zitten en kijk eens om je heen. Wat zou je allemaal kunnen doen?” Ze leert zo eerst de mogelijkheden te inventariseren. En als dat lastig is, help je haar daarbij. Het werkt overigens bijna altijd. Kinderen kunnen nou eenmaal niet zo lang stil zitten dus komen ze al snel op ideeën.”

Ingrid geeft een voorbeeld van de tweede gewoonte, ‘Begin met het einddoel voor ogen - Maak een plan’. “We geven nu meer en duidelijk de doelen aan, zo ook tijdens een gymles. Als we bijvoorbeeld handstand oefenen, doen we dat stapje voor stapje waarbij niet altijd duidelijk is wat het doel van dat ene stapje is. Als je het plan duidelijk maakt en laat zien wat het einddoel is, gaat het leven en zie je ze bijvoorbeeld zelf op het schoolplein oefenen.

We benaderen kinderen ook meer vanuit de vraag wat ze willen leren op school. Zo was er een nieuw meisje dat ik hierover liet nadenken, bij wijze van huiswerk. Dat had ze gedaan: ze wilde aan elkaar leren schrijven en leren lezen. Dan is de volgende stap om een plan te maken.”

# Hoe gingen jullie voorheen met zulke situaties om?

Ilse: “Hiervoor waren we veel bepalender in de keuzes. Het zit denk ik ook in onze samenleving om alles voor de kinderen te regelen. Alleen, ze kunnen veel meer zelf dan we denken. We hebben nu bijvoorbeeld in de groep leiderschapstaken, zoals het uitdelen van fruit of bekers. Wij kijken dan wie er aan een bepaalde taak toe is en geven die taak elke dag aan een ander kind zodat iedereen de kans krijgt zich in een bepaalde rol te ontwikkelen. Ik merk dat ze het heel leuk vinden om die taken zelf uit te voeren.”

Ingrid vindt dat ze nu ook een andere draai kan geven aan wat er gebeurt: “Ik ging bijvoorbeeld een keer op het schoolplein in de poep staan. Normaal gesproken zeggen de kinderen dan dat je moet uitkijken en zelf wil je het dan opruimen. Nu kijk je naar het doel. Ik vroeg: hoe kunnen we het schoolplein schoon krijgen? En toen hebben we met elkaar een plan gemaakt. Die kinderen zijn er dan echt mee bezig en bedenken dan bijvoorbeeld ook dat we langs de directeur moeten. Het is leuk om op een andere manier met dezelfde gebeurtenissen om te gaan.”

# Wat levert het de leerlingen op?

Ilse: “De kinderen maken op deze manier flinke sprongen. Je ziet bijvoorbeeld meer zelfredzaamheid. Zonder deze aanpak duurt het gewoon wat langer en zijn ze afhankelijker. Ik hoor nu ook minder vaak ‘Juf, wat moet ik doen?’ Je moet ze eerder loslaten en het kind de leiding laten nemen.”

Ingrid: “Trots! Je ziet dat het zelfvertrouwen toeneemt. Je ziet ze groeien.” Ingrid merkt bovendien dat het rust in de groep brengt: “Waar ze vroeger eerst bij ons kwamen voor een oplossing, zie je dat ze nu eerst zelf op zoek gaan, zonder dat het moet. Die rust levert ook een betere sfeer op in de groep."

Je ziet dat het zelfvertrouwen toeneemt. Je ziet ze groeien.
- Ingrid

# Wat levert dat jullie op als leerkracht?

“Het was in eerste instantie allemaal nieuw en de vertaalslag vanuit de theorie te maken, maar nu gaat het echt leven!” vertelt Ingrid. Ook Ilse moest haar scepsis overwinnen: “Gaan we dan allemaal leidertjes creëren, vroeg ik me af. Maar het is echt leuk om ermee aan de slag te gaan. Ik word er enthousiast van. En ik vind de verdieping die het in mijn werk geeft leuk. Je wordt je bewust van dingen die je doet en neemt het in positieve zin mee naar huis. Je brengt het over op je kinderen, op de ouders en collega’s.”

Ingrid: “Het is ook zaak dat de ouders hier in meegaan. Dat die lijn wordt doorgetrokken naar de thuissituatie. Daarom gaan de kinderen voor de vakantie, ter afsluiting, de gewoonten aan hun ouders presenteren tijdens een speciale ouderavond.”

Smaakt het naar meer?

Hoewel ze nog maar een paar maanden met ‘The Leader in Me’ werken, zijn de eerste ervaringen van Ilse Ezerman en Ingrid Bol bij Adriaan van den Ende in Warnsveld heel positief. De aanpak verrijkt hun werk, de kinderen worden zelfstandiger en in hun kracht gezet en het brengt rust in de klas. Bovendien is het effect niet alleen merkbaar op school, maar ook thuis.

Plaats een reactie

Over de auteur

Veltkamp Clarien portret kl 2234.jpg

Clarien Veltkamp

Clarien is bij CPS procesbegeleider schoolontwikkeling, gespecialiseerd in het coachen van managementteams, schoolleiders en middenmanagers en gecertificeerd trainer in de 7 gewoonten van Stephen Covey.

Bekijk profiel

De CPS Nieuwsbrief: Gratis inspiratie, kennis en updates

Ontvang 1x in de zes weken de nieuwste blogs met tips en waardevolle kennis, nieuwtjes, artikelen, ebooks en inzichten automatisch in uw mailbox.

Meld mij aan