Sluiten

Zoeken in de website

Waarom het gemiddelde cijfer voor een vak een stuk hoger had kunnen zijn

Waarom het gemiddelde cijfer voor een vak een stuk hoger had kunnen zijn

Scoorden uw leerlingen afgelopen jaren weleens slechter bij de landelijke examens dan de gemiddelde leerling in Nederland? Misschien was er dat jaar gewoon sprake van een wat minder sterke groep leerlingen. Maar het kan ook dat veel leerlingen moeite hebben met het talige karakter van veel examens. Want we kunnen gerust stellen dat de examens vandaag de dag behoorlijk talig zijn, ook de examens in de zaakvakken. Leerlingen krijgen veel tekst en moeilijke woorden voor hun kiezen. Voor nogal wat leerlingen is dat echt een probleem.

Docenten zullen dit herkennen. Neem bijvoorbeeld Sonja Mulderij (docent op csg Jan Arentsz in Alkmaar) die zich op 16 mei 2017 in de Telegraaf als volgt uitliet over het vmbo-examen geschiedenis.

Voor de vmbo’ers die het lezen van teksten lastig vinden, was het examen geschiedenis dinsdagmorgen bepaald geen eitje. „Veel leeswerk. Erg talig. Voor leerlingen die moeite hebben met de Nederlandse taal zal dit een zwaar examen zijn geweest. Verder is het geen verrassend of moeilijk examen.”

Het Algemeen Dagblad meldt in diezelfde periode dat veel examenkandidaten niets begrepen van de ‘champagnevraag’ uit het vmbo-examen wiskunde. “De vraag werd, net als andere vragen, anders geïnterpreteerd”, schrijft de krant.

Als illustratie een deel van een opgave uit het gewraakte examen:

 

  
85 procent van curriculum vereist taalvaardigheid

Deze opgave laat goed zien hoe leesvaardig je moet zijn om dit soort examenvragen te kunnen maken. Dat geldt niet alleen voor het vmbo, maar ook voor havo, vwo en mbo.

De leesvaardigheid is trouwens niet alleen bepalend als het gaat om het behalen van punten bij examens. Bij maar liefst 85 procent van het curriculum is leesvaardigheid vereist (Vernooy, 2011). Leerlingen die onvoldoende leesvaardig zijn, begrijpen opdrachten niet en kunnen vragen niet op de gewenste manier antwoorden. Als leerlingen taalvaardiger zijn, zal het gemiddelde cijfer voor een vak een stuk hoger zijn.

Als u wilt dat leerlingen beter scoren, is het aan te raden om te investeren in hun leesvaardigheid. Leerlingen die leesvaardiger zijn, doen het ook nog eens beter op sociaal gebied, zo blijkt uit onderzoek, en ze hebben meer kansen in de maatschappij.

Taalrijke didactiek in alle vakken

De hamvraag is natuurlijk: wie pakt deze handschoen op? Ik kom veel op scholen waar docenten verzuchten dat leerlingen niet kunnen lezen. Zij stellen vast dat hun leerlingen absoluut niet zijn gemotiveerd om teksten te lezen en om de bijbehorende opdrachten te maken. Maar met die constatering verandert er natuurlijk niets. Leerlingen blijven punten missen die ze wel zouden kúnnen halen als ze leesvaardiger waren.

Het vergroten van de leesvaardigheid kan niet uitsluitend op het bordje van de docenten Nederlands worden gelegd. Om de taalontwikkeling bij leerlingen te stimuleren zullen taaldocenten en vakdocenten de handen ineen moeten slaan. Met een taalgerichte didactiek, ofwel ‘taalbewust lesgeven’ gaan vakkennis en taal hand in hand. De resultaten van álle vakken zullen verbeteren. En er is nog een voordeel: het maakt de les begrijpelijker, leerzamer en aantrekkelijker.

Vijf vuistregels

Veel docenten zijn niet gewend om in hun les bewust aandacht te besteden aan taal. Logisch dat ze daar vragen over hebben. Bijvoorbeeld: welke technieken kan ik gebruiken? Welke leesstrategieën kan ik toepassen? Welke taalacties kan ik uitvoeren zonder dat dit inhoudelijke consequenties heeft voor mijn vak?

Om docenten in de algemeen vormende (avo-)lessen en de beroepslessen op weg te helpen vijf vuistregels.

  • Vuistregel 1: werk aan woordenschat
    Besteed systematisch aandacht aan het aanleren van woorden. Onderzoek laat zien dat leerlingen ongeveer 90 procent van de woorden uit een tekst moeten kennen om de tekst te begrijpen. Als ze te veel woorden niet kennen, verdwijnt de motivatie en haken ze af.
  • Vuistregel 2: stimuleer toepassing en interactie
    Laat leerlingen lezen, luisteren, schrijven en spreken naar aanleiding van de lesstof. Dit vergroot hun taalvaardigheid én vakkennis.
  • Vuistregel 3: zorg voor feedback
    Docenten en medeleerlingen kunnen feedback geven op inhoud, vorm en aanpak. Feedback versnelt en versterkt de (vak)taalontwikkeling.
  • Vuistregel 4: zorg voor een leerzaam taalaanbod
    Draag de lesstof begrijpelijk en uitdagend over. Creëer een betekenisvolle, interessante leeromgeving, waarin leerlingen zinvolle activiteiten kunnen uitvoeren.
  • Vuistregel 5: werk doelgericht
    Zorg dat leerlingen het gevoel hebben dat ze worden uitgedaagd om zichzelf te verbeteren. Dat vergroot hun betrokkenheid en motivatie.

In het boek Taalbewust beroepsonderwijs (van Tiba Bolle en Inge van Meelis) worden deze regels uitgebreid toegelicht.

Deel uw ervaringen

Welke ervaring heeft u zelf met taalrijke didactiek? Ik ben nieuwsgierig naar uw ervaringen!

Plaats een reactie

Over de auteur

Carel van der Burg.jpg

Carel van der Burg

Carel is adviseur bij CPS en traint o.a. scholen en teams bij het ontwikkelen van een taalrijke didactiek in de lessen.

Bekijk profiel

De CPS Nieuwsbrief: Gratis inspiratie, kennis en updates

Ontvang 1x in de zes weken de nieuwste blogs met tips en waardevolle kennis, nieuwtjes, artikelen, ebooks en inzichten automatisch in uw mailbox.

Meld mij aan