Sluiten

Zoeken in de website

Een les in begrijpend lezen. Strategie of inhoud?

Een les in begrijpend lezen. Strategie of inhoud?

De school heeft gebeld omdat de resultaten begrijpend lezen tegenvallen. Men wil graag advies hoe dit te verbeteren. Het is een grote school, iedere groep heeft meerdere parallelklassen. Samen met de leescoördinator bezoek ik de lessen.

Leerkrachtgestuurde lessen

We zien veel gelijksoortige leeslessen. Met dezelfde methode, dezelfde soort tekst, hetzelfde lesdoel. Maar er zijn ook verschillen. Veel lessen zijn sterk leerkrachtgestuurd; de leerkracht stelt vragen, sommige kinderen steken hun vinger op, één of twee krijgen de beurt. Als het antwoord dat de leerkracht verwacht uit blijft krijgen meerdere kinderen het woord. Net zo lang totdat het ‘goede’ antwoord gegeven wordt. Daarna stelt de leerkracht de volgende vraag.

Eén enthousiaste juf vraagt, nadat het goede antwoord komt, aan een andere leerling: “en hoe weet je dat? Welke strategie heb je gebruikt? Welke strategieën kun je nog meer gebruiken?” De klas is scherp en doet enthousiast mee. De meeste lessen beginnen met de strategie ‘voorspellen’ of ‘oriëntatie op de tekst’. Op het digibord staat de tekst geblurred, alleen de kopjes en de illustratie zijn zichtbaar. “Waar denk je dat deze tekst over gaat?” is de startvraag. Vingers gaan omhoog. Sommige kinderen associëren op het plaatje, anderen op één of twee woorden uit de titel. Een enkeling doet een voorspelling op basis van al deze elementen. 

Eén leerkracht geeft direct feedback na de voorspelling. Wie alleen het plaatje benoemt krijgt te horen “Vergeet je niet iets?” En de leerling die maar één ding uit de titel haalt hoort “Kijk nog eens goed, wat staat er nog meer in de titel? Maak je voorspelling eens completer.”  Pas als de voorspelling goed is gaat ze door naar het volgende onderdeel.

Vervolgvragen gaan vooral over de strategie ‘afleiden van woordbetekenis’. Een enkeling modelt de vraag “Hé, ik zie het woord ‘gebruikelijk. Wat zou dat betekenen?” om vervolgens de oplossing door de klas te laten geven. Anderen slaan dit over. “Wie weet wat ‘gebruikelijk’ betekent?” 

Eén les die net even anders verloopt

Na het voorspellen met directe feedback geeft een leerkracht de opdracht om in groepjes te inventariseren wat ze allemaal al over het onderwerp weten. De klas gaat enthousiast aan het werk. Bladen worden volgeschreven. Daarna neemt de leerkracht ruim de tijd om de voorkennis te inventariseren. Ze laat groepen elkaar aanvullen en op elkaar reageren.
Pas daarna leest ze de eerste alinea. En ze stopt even na het woordje ‘maar’. Wat volgt er na ‘maar’?”  vraagt ze. “Een tegenstelling, juf." “Goed geantwoord, even kijken of dat nu ook zo is.” Ze leest de zin uit. “Wat was nu de tegenstelling?” Er komt een prima antwoord. 

Vervolgens legt ze uit dat het lesdoel uit. “Jullie weten al lang hoe je achter de betekenis van woorden komt. Namelijk door . . . “ ze wacht even, vingers gaan omhoog, ze geeft beurten. Maar volstrekt willekeurig, niet per se aan wie een vinger omhoog heeft. “Prima”. Ze vat de antwoorden samen. “Dus zo komen we achter woordbetekenisssen. Maar deze manieren zijn niet genoeg. Kijk maar.” En ze begint te lezen. Ze stopt als ze de een naam van een lang geleden failliet gegane fabriek tegenkomt. “Hé, wat zie ik hier? Ken ik dat woord? Ja, ik wel natuurlijk. Toen ik jong was, was dit de naam van een beroemde fabriek. Maar hoe kunnen jullie weten wat dit betekent? Wat valt direct op als ik dit woord zie? Kijk eens goed.” “Een hoofdletter, juf.” “Juist. Goed gezien. En wat betekent een hoofdletter midden in een zin?”  “Een naam, juf”. “Heel goed. Dus wat weet je nu?” “En hoe weet je dat?” “Welke strategie hebben we nu dus geleerd?”  

Na afloop kijken we nog even naar de resultaten in het LVS. De klas van de laatste leerkracht laat dit jaar als enige een forse groei zien. 

Drie tips voor een effectieve aanpak 

  1. Bij begrijpend lezen zijn de strategieën hulpmiddelen om een tekst te begrijpen. Geen doel op zich.
  2. Hoe meer voorkennis je weet te activeren, hoe beter het begrip van teksten.
  3. Geef zoveel mogelijk direct feedback. Geef aan wat al goed is en wat nog beter kan. 

Oh ja, nog een laatste. Het helpt ook als je zelf enthousiast bent, als vanzelfsprekend modelt en leerlingen laat verwoorden hoe ze tot een antwoord komen. 

Leergang Leescoach

Op 23 september 2019 start de CPS Academie met een nieuwe Leergang leescoach en leesspecialist - module 1. Lees hier meer over de inhoud van deze leergang.

Plaats een reactie

Over de auteur

Hogeboom Boudewijn portret kl  8496.jpg

Boudewijn Hogeboom

Boudewijn is adviseur bij CPS en expert schoolverbetering en schoolontwikkeling in het basisonderwijs.

Bekijk profiel

Gratis inspiratie, kennis en updates

Ontvang elke maand de nieuwste blogs met tips en waardevolle kennis, nieuwtjes, artikelen, ebooks en inzichten automatisch in uw mailbox.

Meld mij aan