Sluiten

Zoeken in de website

Begrijpend lezen en voorkennis. Voorkauwen of voorbewerken?!

Begrijpend lezen en voorkennis. Voorkauwen of voorbewerken?!

In een eerder verschenen CPS blog is beschreven dat door de inzet van rijke teksten, kennis van leerlingen op een inspirerende manier vergroot kan worden. Dit kan onder andere bereikt worden door over de tekst in gesprek te gaan. Het voeren van gesprekken over de tekst is een effectieve manier om te komen tot beter leesbegrip en het bevordert de taalvaardigheid (Fisher & Frey, 2013). Dit kan zowel voor als na het lezen plaats vinden. Voorafgaand aan het lezen van de tekst kan het gesprek als doel hebben de voorkennis te activeren en de achtergrondkennis te vergroten. Het activeren van voorkennis en het ophalen van achtergrondkennis zijn twee verschillende onderdelen die in de praktijk vaak door elkaar gebruikt worden.

Voorkennis of achtergrondkennis?

Voorkennis is die kennis die leerlingen al eerder op school hebben geleerd. Dit kan bijvoorbeeld kennis zijn over het maken van een samenvatting of het doen van een voorspelling. Deze kennis actualiseer je tijdens de eerste fase van de les zodat helder wordt of het leerdoel nog aansluit bij de voorkennis van de leerlingen.

Achtergrondkennis is kennis van de wereld, gaat over het onderwerp van de tekst en hangt nauw samen met woordenschat. Door het lezen van teksten vergroot de leerling zijn kennis en woordenschat, waardoor het met nog meer kennis aan de volgende tekst zal beginnen. Hiermee creëert de leerling een sneeuwbaleffect. Leerlingen die over een grote achtergrondkennis beschikken hebben dus een voorsprong op leerlingen waarbij die kennis minder aanwezig is. Het is voor deze laatste groep belangrijk dat zij de ontbrekende achtergrondkennis (mondeling) krijgen aangereikt voordat zij aan het lezen van de tekst gaan beginnen.

Voorbewerken

Beide soorten kennis moeten in de beginfase van de les aan bod komen. Ze hebben niet als doel de informatie van de tekst vrij te geven. Het moet kinderen stimuleren de aangereikte kennis te koppelen aan hun eigen bestaande kennis en hun denken te activeren. De leerkracht kan voorkennis actualiseren door bijvoorbeeld te zeggen: “Wij gaan vandaag een samenvatting maken. In de vorige les hebben we geleerd dat we dat doen door de belangrijkste stukjes uit de tekst te halen. Herhaal in je tafelgroepje de tips die we toen besproken hebben.”

Achtergrondkennis ophalen

Het is voor de docent van belang dat hij goed op de hoogte is van de aanwezige kennis van de leerlingen om tijdens die eerste lesfase optimaal aan te sluiten bij het niveau van de klas. Zo kan het bijvoorbeeld bij een tekst over het klimaat nodig zijn om meer aandacht te besteden aan de achtergrondkennis dan bij een tekst over een bekende Youtuber. De leerkracht kan de achtergrondkennis ophalen door bijvoorbeeld te zeggen: “De laatste tijd zien we in het nieuws veel over klimaatstakers. Ik laat je een kort filmpje zien waarin uitgelegd wordt wat klimaatstakers zijn. Waaraan kun jij merken dat het klimaat verandert? Bespreek dat met je schoudermaatje.”
Opgemerkt dient te worden dat teksten die aansluiten bij de thema’s die op dat moment in de klas centraal staan, eerder aan bestaande kennis gekoppeld kunnen worden dan ‘losse’ teksten.

Taalrijke omgeving

Het aanreiken van achtergrondkennis en activeren van voorkennis kan georganiseerd worden door gebruik te maken van coöperatieve werkvormen die kinderen stimuleren met elkaar in gesprek te gaan. Zo leren kinderen in een taalrijke omgeving van en met elkaar. In deze lesfase kan ook de koppeling worden gezocht met nieuwe woorden die in de tekst voorkomen. De leerkracht zorgt er tijdens deze fase voor dat de concepten die belangrijk zijn voor het begrijpen van de tekst aan bod komen en licht deze eventueel toe.

5 Tips

  1. Bied leerlingen een rijke taalomgeving door leerlingen veelvuldig met elkaar in gesprek te laten gaan.
  2. Gebruik daarbij verschillende soorten coöperatieve werkvormen (tafelrondje per tweetal, denken-delen-uitwisselen).
  3. Zet het digibord in om filmfragmenten en illustraties over het onderwerp te tonen, zodat leerlingen zich de begrippen uit de tekst kunnen verbeelden.
  4. Bied een context aan waarbinnen leerlingen de begrippen uit de tekst kunnen verbinden aan de kennis van de wereld. Dat is iets anders dan alle informatie uit de tekst vooraf behandelen.
  5. Zorg dat deze lesfase niet meer tijd in beslag neemt dan het effectieve behandelen/lezen van de tekst.

Wanneer je tijdens de start van de les deze tips meeneemt ben je de kinderen niet aan het voorkauwen maar aan het voorbewerken om effectief met de tekst aan de slag te gaan. In een volgend blog behandelen we hoe je gesprekken kunt stimuleren tijdens de andere fasen van de leesinstructie. 

   
   Wil je meer weten over dit onderwerp
?
 

Plaats een reactie

Over de auteur

Marjolein van Oenen.jpg

Marjolein van Oenen

Marjolein van Oenen is adviseur bij CPS en expert op het gebied van taalonderwijs in het basisonderwijs.

Bekijk profiel

De CPS Nieuwsbrief: Gratis inspiratie, kennis en updates

Ontvang 1x in de zes weken de nieuwste blogs met tips en waardevolle kennis, nieuwtjes, artikelen, ebooks en inzichten automatisch in uw mailbox.

Meld mij aan