Zoeken in de website

Op uw school aan de slag met Leren met Ouders? Zo werkt het!

Enthousiast over het idee vragen leerkrachten, schoolleiders en bestuurders mij na afloop van een schoolbezoek of lezing regelmatig hoe je nou het beste kan starten met Leren met Ouders. Het is, zoals iemand mij laatst zei, in ieder geval niet iets wat je tussen de soep en aardappelen door doet. Er komt van alles bij kijken en een goede voorbereiding is cruciaal. Daarom zet ik hier de belangrijkste stappen op een rij. 

Voordat ik in 2016 de overstap maakte naar CPS, werkte ik als leerkracht tweeëneenhalf jaar lang aan het onderzoeken, een vorm geven, invoeren en verder verfijnen van Leren met Ouders bij stichting Scala, een organisatie met 14 basisscholen. In die periode leerde ik met vallen en opstaan wat erbij komt kijken om deze voorziening van de grond te krijgen. Zou ik nu weer voor dezelfde uitdaging staan, dan zou ik de volgende aandachtspunten langslopen.

1. Creëer draagvlak

Nadat we in 2013 met de bestuurder van de Stichting Scala en schoolleider Heidi Smits de knoop hadden doorgehakt om op KBS De Bussel te starten, was het tijd om de betrokkenen mee te krijgen. We overtuigden de bouwcoördinatoren en lichtten de rest van het team in. Kort daarna gingen we van start.

Dat bleek te kort door de bocht… 

Onze focus lag namelijk te veel op praktische zaken, zoals het regelen van werkruimte, leermiddelen en begeleiding. We vergaten om draagvlak te creëren. Om te luisteren naar de mening, wensen en gevoelens van de teamleden. Om te achterhalen waar we rekening mee moesten houden. En om antwoord te geven op vragen die leefden.

Leren met Ouders is iets waar iedereen achter moet staan. Tegenwoordig informeer ik teams dan ook uitgebreid en vraag ik ze wat ze ervan vinden. Ik neem daar de tijd voor en probeer een helder en eerlijk beeld te krijgen van hoe iedereen erin staat. Alleen dan kun je beoordelen of er een goede kans van slagen is. Ga daarom in dialoog met het hele team en laat bijvoorbeeld de volgende vragen aan bod komen: 

  • Ziet het hele team de meerwaarde?
  • Welke bezwaren ziet men?
  • Heeft iedereen voldoende informatie om genuanceerd te kunnen oordelen over een go/no go?
  • Is bij iedereen de motivatie aanwezig om dit als team op te pakken?
  • Verwachten we dat er voldoende interesse is bij ouders?
  • In hoeverre achten we de ouders al dan niet geschikt?
  • Kunnen de leerkrachten de werkzaamheden die LMO met zich meebrengt aan?
  • Hoe staan zij tegenover het uit handen geven van de leerling?
  • Staan ze open voor een proef op kleine schaal om het zelf te ontdekken?

2. Wijs een kartrekker aan

Voor verandering heb je een enthousiaste kartrekker nodig, iemand met passie en doorzettingsvermogen, iemand die mensen mee weet te krijgen. Iemand die daarvoor ook de tijd en ruimte krijgt van de schoolleider. Het is dan ook cruciaal dat de schoolleider overtuigd is van de meerwaarde.

“Leren met ouders is niet iets wat je tussen de soep en aardappelen door doet.”

3. Begin klein

Het hele idee kan in eerste instantie als een enorme verandering overkomen. Daarom is het raadzaam klein en eenvoudig te beginnen. Klein in de zin van ‘één vorm aanbieden’, maar ook klein in omvang, bijvoorbeeld een pilot met twee leraren en een paar ouders. Zo kun je ‘veilig’ ervaring opdoen en die ervaring meenemen in het besluit er eventueel mee te stoppen of er langzaam, als een olievlek, verder in te groeien. Wanneer je met een kleine groep ouders en kinderen succes hebt, raken ook andere ouders en kinderen enthousiast.

Maak heel concreet welke vorm je aan gaat bieden, aan wie, hoe ziet dat er uit? Wat is de rolverdeling tussen ouder(s) en leerkracht? Ik zou in eerste instantie maar één vorm aanbieden, dat houdt het overzichtelijk. Bij Scala werkten we uiteindelijk met drie verschillende vormen zodat zoveel mogelijk ouders mee konden doen. 

Verder hebben we gemerkt dat het slim is om gericht te starten, bijvoorbeeld op twee of drie vakken. Die focus helpt je vertrouwen te krijgen en succes te boeken. Een andere manier om dat te bereiken is de ‘huiswerk-variant’. Hierdoor leer je als school heel mooi om te sturen op inhoud, het bewaken van je grenzen en het open leren staan voor ouders die met hun observaties komen. Hierdoor ga je elkaar opnieuw waarderen en leer je het echt samen te doen.

4. Regel praktische zaken tot in de puntjes

Eigenlijk is het nu pas tijd voor de praktische zaken. Voordat ouders en kinderen daadwerkelijk samen aan de slag kunnen, moet er van alles geregeld zijn. Waar en wanneer gaan ouder en kind aan de slag, bijvoorbeeld, zijn er voldoende lesboeken/handleidingen, is er een internetverbinding nodig, en wat spreek je met elkaar af bij ziekte/afwezigheid van de leerkracht of ouders? Al deze zaken moet je goed op orde hebben om een valse start te voorkomen. Het is handig om binnen de school deze rol neer te leggen bij een coördinator die ook meteen het aanspreekpunt voor de ouders is. 

5. Deel de plannen met de ouders

Wanneer je de praktische zaken op orde hebt, is het tijd om de plannen te delen met ouders. Vaak hebben leerkrachten al bepaalde ouders en leerlingen in gedachten. Bij hen kun je vooraf polsen of ze geïnteresseerd zijn.

Om de plannen te delen met ouders kun je gebruikmaken van de al bestaande of ingeplande contactmomenten en middelen zoals bijvoorbeeld de thema-ouderavond, een nieuwjaarsreceptie, een bericht in de nieuwsbrief, de ouderraad etc. 

6. Nodig ouders uit voor een intakegesprek

Zomaar aan de slag gaan met enthousiaste ouders is geen goed idee. Nodig hen uit voor een gesprek waarin je de mogelijkheden en wensen bespreekt. Het is goed om elkaars verwachtingen te kennen en na te gaan of die overeenkomen. Start alleen een samenwerking als je allebei vertrouwen hebt in een succesvolle samenwerking. Om een constructief gesprek te kunnen voeren en te kunnen voorspellen of een samenwerking zal leiden tot het gewenste resultaat, hebben we bij Scala een criteriumgericht interview gemaakt.

7. Ondersteun ouder en leerkracht bij hun nieuwe rol

Dan komt het moment van de waarheid. De ouder gaat zijn of haar kind ondersteunen. Dat betekent een heel nieuwe rol voor zowel de ouder als de leerkracht. De rol van leerkracht is bij Leren met Ouders echt anders dan hij gewend is. De leerkracht is nu vooral gericht op coaching, observeren en passend maken van het onderwijsprogramma per kind.

De coördinator kan zowel de leerkracht als ouder coachen en helpen om de samenwerking in goede banen te leiden.

8. Evalueer, optimaliseer en breid langzaam uit

Zeker in het begin is het zeer nuttig om regelmatig in het team, maar ook met de deelnemende ouders en leerlingen te evalueren. Na bijvoorbeeld drie maanden, een half jaar en een schooljaar.

Deze evaluaties zijn ook voor mij heel belangrijk geweest. Zo krijg je belangrijke informatie om de organisatie, uitvoer en het onderliggende draagvlak te verbeteren. Evaluatie en reflectie zorgen er natuurlijk voor dat de kinderen nog meer baat hebben bij Leren met Ouders.

Van 2 naar 180 kinderen

Hoewel we bij Scala deze mogelijkheid direct aan alle ouders aanboden, deden in het begin vooral de ouders mee van kinderen die extra hulp nodig hebben. Denk aan hoogbegaafde of autistische leerlingen. Door de positieve ervaringen werd de groep deelnemers steeds groter. Wat begon met twee kinderen, groeide uit tot een project met 180 kinderen. Een prachtig resultaat dat de toegevoegde waarde duidelijk maakt. 

Meer weten?

Wilt u meer weten over Leren met Ouders? Ik vertel u graag over mijn ervaringen en help u onderzoeken of dit iets voor uw school is. Bijvoorbeeld tijdens een inspirerend 60-minutengesprek of door mee te gaan met de bezoeken die we regelmatig organiseren aan een van de Scala-scholen. Op deze pagina leest u daar meer over.

(c) 2018 CPS Onderwijsontwikkeling en advies