Sluiten

Zoeken in de website

Lesbrief begrijpend lezen

begrijpend lezen

Begrijpend lezen is nadenken over de inhoud van teksten. Niet alleen de teksten die leerlingen tijdens de leesles voor zich krijgen maar alle teksten die leerlingen gedurende de dag tegenkomen doen een beroep op hun begrijpend leesvaardigheden. Naast het kunnen sturen van het leesproces, gaat het er bij begrijpend lezen om dat leerlingen door het lezen van teksten hun kennis en woordenschat vergroten. Pas wanneer we leerlingen de gelegenheid bieden om kennis en vaardigheden te verwerven en uit te breiden, kunnen we spreken van leren. Het leren vindt plaats door betekenisvolle oefenmomenten te organiseren. Deze momenten kunnen georganiseerd worden door:

  1. Leerlingen teksten te laten lezen
  2. Leerlingen te laten schrijven
  3. Leerlingen vragen te laten stellen over de tekst

1. Het lezen van teksten

Een goede begrijpend lezer is een gemotiveerde lezer. In de afgelopen week hebben we verschillende voorbeelden op sociale media langs zien komen om leerlingen thuis te laten lezen, al dan niet onder begeleiding van ouders. Leesbingo’s, luisterboeken, het bijhouden van leeslogboekjes en voorleesvlogs zijn allemaal goede manieren om leerlingen te stimuleren tot het lezen van boeken. In deze nieuwsbrief vindt u als toevoeging hierop een stappenplan voor het opstarten van een boekenclub (zie bijlage 1). Het organiseren van een boekenclub onder begeleiding van de leerkracht maakt dat de leerling minder afhankelijk is van zijn of haar ouders om het lezen thuis door te zetten. We kunnen er immers niet vanuit gaan dat iedere leerling in de situatie verkeert dat hij een beroep kan doen op begeleiding van ouders. 

2. Het schrijven over teksten 

Betekenisvol oefenen aan de hand van teksten kan heel goed georganiseerd worden door leerlingen over teksten te laten schrijven. Het is hierbij belangrijk dat opdrachten betekenisvol zijn en dat voor de leerlingen duidelijk is wie de lezer is. Zo kan aan de hand van de brief van de burgemeester van Groningen (Nieuwsbegrip extra tekst week 12) de opdracht gegeven worden om een brief te schrijven aan de burgemeester van de eigen woonplaats. Hoe mooi zou het dan zijn om deze brieven dan ook daadwerkelijk aan de burgemeester te versturen?! Of laat kinderen een brief schrijven aan hun opa en oma die ze op dit moment wellicht niet kunnen bezoeken. Door expliciete aandacht aan het schrijven van teksten te geven geeft u leerlingen de kans om zelf onder woorden te brengen wat ze hebben geleerd en dit vormt weer een essentieel onderdeel binnen een goed vormgegeven taal- en leesbeleid. Schrijven ondersteunt namelijk het spellen, lezen en de kennisontwikkeling van kinderen. Bovendien worden door te schrijven denkvaardigheden die bij begrijpend lezen belangrijk zijn geoefend (Smits en van Koeven, 2012).

Door deze verbinding moeten leerlingen de aanpak die ze leren bij taal, ook toepassen in andere vakken en krijgen ze nieuwe inzichten. Het schrijven stimuleert hen om verder te gaan met de tekst door onder andere gevolgtrekkingen uit de tekst te halen en te evalueren over wat de schrijver precies met het stuk heeft bedoeld. Hierdoor zijn leerlingen actief bezig met een tekst en leren ze verbindingen maken met hun voorkennis en de wereld om hen heen. Om goed schrijfonderwijs op afstand te geven is het belangrijk om het goed voor te bereiden en leerlingen een duidelijke opdracht met kaders mee te geven. Vervolgens kunt u vragen of uw leerlingen de tekst typen (of schrijven) en deze te mailen. Zo kunt u het schrijfwerk voorzien van feedback. Deze feedback kan vervolgens door oudere leerlingen worden verwerkt in een herschreven tekst. Op www.iedereenkanschrijven.nl van Suzanne van Norden treft u mooie uitgewerkte lesvoorbeelden aan voor de onder-midden- en bovenbouw. 

3. Het stellen van vragen over teksten

Nu leerlingen en leerkrachten niet meer in het klaslokaal bij elkaar zijn wordt het lastiger om situaties te creëren waarbij het gesprek over boeken en teksten kan worden gevoerd. Toch kunnen bovenstaande oefenvormen aanleiding geven om het gesprek daarover te openen via video/belverbindingen. Ook hierbij geldt dat het stellen van de juiste vragen de kwaliteit van het leren bepaalt.

Om inzicht te krijgen in het stellen van verschillende soorten vragen bij een tekst kan de Vraag Aanbod Relatie werkvorm worden gebruikt (zie bijlage 2). De leerlingen krijgen inzicht in vraagtechnieken. Ze leren verschillende soorten vragen te onderscheiden. Leerlingen leren vragen te stellen die opgeschreven en beantwoord moeten worden. Een uitgewerkt lesvoorbeeld voor de bovenbouw kunt u via onderwijsopafstand@cps.nl opvragen. 

Tot slot:

  • Juist in deze periode biedt het referentiekader houvast in het bepalen van de doelen voor de komende periode. Kijk voor een handig overzicht van de leerlijnen per bouw op http://www.leerlijnentaal.nl/
  • Bij het vormgeven van onderwijs op afstand is de verleiding groot om leerlingen zelfstandig met teksten aan de slag te laten gaan door ze daarover een set standaardvragen te laten beantwoorden. De mate waarin leerlingen door het beantwoorden van vragen over de tekst komen tot betekenisvol oefenen (en dus leren) hangt af van de kwaliteit van de vragen. De Vraag Aanbod Relatie werkvorm biedt hiervoor een handig hulpmiddel
  • Blijf ook bij onderwijs op afstand differentiëren op vraagstelling en tekstniveau. 

Indien u naar aanleiding van deze lesbrief aanvullende vragen heeft, neemt u dan contact op met Marjolein van Oenen of Yvonne Koene, onderwijsopafstand@cps.nl.