Sluiten

Zoeken in de website

Toelichting op het model de zes rollen

Verschillende perspectieven

Lesgeven vraagt van een leraar dat hij dagelijks keuzes maakt. Hij maakt keuzes om een passende leersituatie te creëren zodat het leerproces bij leerlingen in gang gezet wordt. Hij wil een leersituatie creëren die past bij zijn leerlingen en bij de lesinhoud die hij over wil brengen. We zien in de praktijk ook een streven om leerlingen steeds meer hun leerproces in eigen hand te laten nemen.

Het model doet recht aan de dynamiek van het lesgeven en beschrijft leraargedrag vanuit drie perspectieven:
leraargestuurd - gedeelde sturing - leerlinggestuurd.

Hierbij wordt ervan uit gegaan dat soms de leraar meer betrokkenheid en inbreng van leerlingen wil bereiken en zelfregulerend leren wil stimuleren. Maar het kan ook zijn dat er een duidelijke wens of noodzaak is om meer leraargestuurd les te geven. 

De rollen van de leraar worden aan de hand van kerntaken en passende gedragsindicatoren beschreven, zodat de leraar afhankelijk van het perspectief een richting krijgt aangeboden hoe hij vanuit een bepaalde rol effectief les kan geven.

Lees hieronder meer over de verschillende perspectieven.

De verschillende perspectieven

> De kern: de ontwerper

Omdat ons uitgangspunt is dat een leraar steeds opnieuw keuzes maakt en vervolgens de effectiviteit van zijn keuzes moet vaststellen, wordt de kern van het model gevormd door de ontwerper. Als ontwerper ontwerpt u individueel of samen met anderen (collega’s, ouders, bedrijven et cetera) leersituaties. Een leersituatie kan een les omvatten, maar ook een reeks lessen, een leerlijn, een project. U neemt als ontwerper allerlei beslissingen over hoe u de leersituatie wilt vormgeven. U neemt onder andere beslissingen over hoe leerlingen worden geactiveerd, of en op welke wijze u gaat differentiëren, hoe en wanneer wordt getoetst et cetera. Ook bedenkt u op welke wijze u de zes rollen gaat invullen

U maakt als ontwerper een keuze uit een meer leraargestuurde invulling, gedeelde sturing of een invulling die past bij zelfregulerend leren van leerlingen. 

> De zes rollen:

Gastheer, presentator, pedagoog, didacticus, leercoach, afsluiter

> Cirkel 1

Deze binnenste cirkel omvat de vaardigheden voor leraargestuurd onderwijs. Het gaat om de vaardigheden die de leraar inzet om leerlingen in de ‘leerstand’ te krijgen en wordt er gebouwd aan de basis van de les. De inbreng van leerlingen wordt hier door de leraar gestuurd. Hij focust zich op contact maken met leerlingen, klassenmanagement en neemt het directe instructiemodel als basis voor de didactiek. De leraar is bepalend voor wat en hoe de leerlingen leren.

> Cirkel 2

De middelste cirkel omvat vaardigheden die u kunt inzetten in leersituaties met een gedeelde sturing. De leraar zet het leerproces in gang, volgt en ondersteunt, afhankelijk van de graad van taakzelfstandigheid van de leerlingen. De leraar geeft hier autonomie ondersteunend les en geeft waar mogelijk de leerlingen keuzes. De leraar geeft de leerlingen mogelijkheden om op verschillende manieren te mogen omgaan met de leerinhoud. Er is samenwerking tussen de leraar en leerling(en).

> Cirkel 3

De buitenste cirkel bevat vaardigheden die de leraar nodig heeft in leersituaties waarin de focus ligt op zelfregulerend leren en werken; vaak wordt dit gecombineerd met gepersonaliseerd leren. De leraar geeft de leerlingen in hoge mate de verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces. De coachende rol is in deze leersituaties van belang. Een voorwaarde is dat de leerlingen alle vaardigheden om zélf te leren, beheersen en dat de basiskennis aanwezig is bij de leerlingen. Ze kunnen hun eigen doelen stellen, weten hun eigen leerproces te sturen, kunnen zelfverantwoordelijk leren en zijn intrinsiek gemotiveerd. De coachende rol is in deze leersituaties van belang. Leraren kunnen hun leerlingen ondersteunen en leren zelf hun doelen te formuleren en zelfstandig aan deze doelen te werken. Ook samenwerking tussen leerlingen is hier belangrijk.