Sluiten

Zoeken in de website

Wat zijn de vijf rollen van de leraar?

Goed lesgeven is niet meer iets ongrijpbaars maar vertaald naar vijf verschillende rollen. De vijf rollen beschrijven de basisvaardigheden van een leraar. En elke rol is uitgewerkt in heel concreet gedrag.

De rollen zijn voor iedere leraar heel herkenbaar en beschrijven het basisgedrag voor een goede les. Het geheel van de vijf rollen vormt voor iedere leraar een solide basis om zich op door te ontwikkelen en om persoonlijk in te kleuren.

De vijf rollen gaan uit van de traditionele manier van lesgeven. De leraar stuurt het leerproces, geeft interactie vorm en is verantwoordelijk voor de gang van zaken in de klas.

1. De leraar als gastheer

Leerlingen willen zich gekend en gezien voelen, ze willen een relatie. Als gastheer komt u tegemoet aan deze psychologische basisbehoefte. Zo besteedt u bijvoorbeeld expliciet aandacht aan het begroeten van de leerlingen bij binnenkomst. U kijkt leerlingen op een vriendelijke manier aan, zegt gedag. Dit is ook het moment om op een positieve manier de regels te benoemen: ‘Doe even je pet af, niet rennen. Kom rustig binnen’. Als gastheer investeert u een positieve manier in de relatie met uw leerlingen, voordat de eigenlijke les begint.

De essentie van de rol van gastheer is een goede relatie met de leerlingen opbouwen en ervoor zorgen dat de leerlingen zich gezien en gekend voelen. U zult in de loop van tijd steeds meer ontdekken welke invulling van deze rol bij uzelf en bij uw leerlingen past en daarin variaties aanbrengen.

2. De leraar als presentator

Als leraar heeft u de regie, regisseert en registreert u het leerproces. Dat betekent dat u aandacht van de leerlingen vangt en vasthoudt. Aan het begin van een les loopt u bijvoorbeeld nog even als gastheer rond (‘Fijn dat je er bent, pak je ook vast je spullen?’) om vervolgens van individueel contact over te schakelen naar contact met de groep. Om de aandacht te vangen gaat u stevig staan, kijkt u de leerlingen aan en zegt u wat u wilt: ‘Jongens, ik wil starten.’ Vervolgens komt u met de openingszin. Deze fase is ook nodig te laten merken dat er in de klas bepaalde regels gelden.

De essentie van de rol van presentator is dat u de aandacht naar uzelf en naar de doelen van de les brengt. Deze rol zet u gedurende de hele dag in: aan het begin van de dag, bij aanvang van een nieuwe les of bij voor aanvang van het zelfstandig werken. 

3. De leraar als didacticus

Het uitgangspunt van de vijf rollen is de traditionele manier van lesgeven. Dat komt ook tot uiting in de uitwerking van de rol van de didacticus. In de rol van de didacticus activeert en motiveert u leerlingen zodat ze tot leren komen. U legt de leerstof op minimaal twee verschillende manieren uit (visueel en verbaal), stelt vervolgens vragen en geeft feedback op de antwoorden die door de leerlingen worden gegeven. Vervolgens instrueert u de leerlingen zo dat ze zelfstandig aan het werk kunnen gaan. U houdt rekening met verschillen door gebruik te maken van het IGDI model en door te variëren in aard en niveau van de opdrachten. 

De essentie van de rol van didacticus is dat u de doelen en het onderwijsleerproces op een dusdanige manier inzet en organiseert dat leerlingen daadwerkelijk tot leren kunnen komen in een uitdagende leeromgeving.

4. De leraar als pedagoog

Als pedagoog zorgt u ervoor dat er in de les een veilig leerklimaat heerst. Dat wil zeggen: de gang van zaken is duidelijk en voorspelbaar. Deze rol is van belang gedurende de gehele les. U geeft aan welke regels gelden in de klas, corrigeert leerlingen, geeft positieve feedback en reageert met behoud van de relatie. Leerlingen spreekt u persoonlijk aan op hun gedrag. In de rol van pedagoog komt u tegemoet aan de emotionele en sociale behoeften van leerlingen.

De essentie van de rol van pedagoog is duidelijkheid en voorspelbaarheid. Uitgangspunt is dat u, in de basisrol van pedagoog, stuurt op de gang van zaken in de klas. Maar steeds vaker worden leerlingen hier medeverantwoordelijk voor gemaakt. Aan het begin van het schooljaar worden soms bijvoorbeeld gezamenlijk regels in de klas afgesproken. Niet alleen u als leraar, maar ook leerlingen spreken elkaar dan aan op het naleven van de regels.

5. De leraar als afsluiter

In de rol van de afsluiter reflecteert u samen met uw leerlingen op het proces en de inhoud. Dat kan op een aantal momenten gedurende de dag. De kern van de reflectie is: ‘Wat hebben we geleerd en hoe hebben we dat geleerd? Zijn de lesdoelen gehaald?’ Hierdoor worden leerlingen zich op een positieve manier bewust van hun leerproces en hun motivatie. 

De essentie van de rol van afsluiter is dat u samen met de leerlingen terugkijkt op de les, een dagdeel of de dag. Hierbij komen zowel product als proces aan bod: Wat hebben de leerlingen geleerd en hoe hebben ze samen gewerkt.