Van woordjes leren naar taal en kennis opbouwen in de MVT-les
Wortschatz, vocabulary, vocabulaire, vocabulario… Welke vreemde taal je ook geeft, woordenschat heeft daarbinnen een plek. Terecht: zonder woorden kun je een taal niet begrijpen of gebruiken.
Maar goed woordenschatonderwijs gaat verder dan woordjes stampen. Een woord kennen betekent niet alleen dat je de vertaling kunt geven. Leerlingen moeten woorden herkennen wanneer ze lezen of luisteren, begrijpen wat ze in een bepaalde context betekenen én ze uiteindelijk zelf kunnen gebruiken als ze spreken of schrijven. Daarmee bouwen leerlingen hun taalvaardigheid uit én hun kennis van de wereld. En juist die samenhang tussen taal en kennis verdient in de MVT-les meer aandacht.
De kracht van voorkennis
Wie een vreemde taal leert, begint gelukkig niet bij nul. Leerlingen beschikken al over een omvangrijk netwerk van woorden, begrippen, ervaringen en kennis in hun eerste taal en soms ook in andere talen. Neem een woord als Hund. Een leerling die weet wat een hond is, hoeft geen nieuw concept te leren. Het dier, zijn kenmerken en allerlei associaties zijn al bekend. Er wordt vooral een nieuw Duits label aan hun bestaande kennis toegevoegd.
Dat maakt het leren van een vreemde taal wezenlijk anders dan de verwerving van de eerste taal. Leerlingen kunnen voortbouwen op concepten en kennis die al in hun geheugen aanwezig zijn.
Maar niet ieder woord in een vreemde taal is zo eenvoudig. Een leerling kan bijvoorbeeld leren dat Bundestag in het Nederlands wordt vertaald met Bondsdag. Daarmee is nog lang niet gezegd dat hij begrijpt wat de Bundestag is, welke functie die heeft binnen het Duitse politieke systeem en in hoeverre deze vergelijkbaar is met onze Tweede Kamer.
Hetzelfde geldt voor begrippen als het Franse laïcité of de Engelse begrippen Thanksgiving of segregation. Om zulke woorden werkelijk te begrijpen, moet een leerling niet alleen taal leren, maar ook iets leren over geschiedenis, maatschappij en cultuur.
Van kennis komt begrip – en van begrip weer kennis
Woordenschat en kennisontwikkeling zijn dan ook nauw met elkaar verbonden. Wie al veel over een onderwerp weet, begrijpt nieuwe woorden en teksten over dat onderwerp gemakkelijker. Tegelijkertijd zorgen nieuwe woorden en rijke teksten ervoor dat leerlingen hun kennis over dat onderwerp verder uitbreiden.
Door te lezen, luisteren, spreken en schrijven over het onderwerp ontstaat geleidelijk een steeds rijker netwerk van woorden én begrippen. Dat is belangrijk, want woorden worden in ons geheugen niet als losse kaartjes bewaard. Ze zijn verbonden met andere woorden, concepten, contexten en ervaringen. Hoe meer van zulke verbindingen leerlingen leggen, hoe dieper hun woordkennis wordt.
Een rijtje als:
election – verkiezing
vote – stem
majority – meerderheid
kan dus zeker helpen bij het eerste leren van woorden. Maar uiteindelijk willen we dat leerlingen méér weten en kunnen. Bijvoorbeeld dat ze begrijpen wat a parliamentary majority betekent, het woord vote herkennen als zelfstandig naamwoord én werkwoord en woorden uit hetzelfde betekenisveld met elkaar kunnen verbinden.
Laat leerlingen woorden gebruiken om te denken
Hoe kun je dat in je les vormgeven? Een beginpunt is om woordenschat niet los te behandelen van de inhoud waarover je leerlingen wilt laten communiceren.
Neem een les Duits over verkiezingen. Voordat leerlingen een tekst lezen, activeer je eerst hun voorkennis. Wat weten ze al over verkiezingen? Welke woorden kennen ze in het Nederlands, Duits of misschien de thuistaal of het Engels? Welke begrippen horen volgens hen bij dit onderwerp? Daarna bied je nieuwe Duitse woorden aan binnen een betekenisvolle context, bijvoorbeeld in een korte tekst, infographic of video over de Duitse verkiezingen. Vervolgens komt een belangrijke stap: laat leerlingen de nieuwe taal gebruiken om over de inhoud na te denken.
Bijvoorbeeld:
Ein Unterschied zwischen Deutschland und den Niederlanden ist …
of:
Der Bundestag ist mit … vergleichbar, aber …
Zo oefenen leerlingen niet alleen de woorden maar zetten ze ook hun denkvermogen in. Ze halen de woorden actief uit hun geheugen, combineren ze met andere taal en gebruiken ze om kennis te verwerken en verbanden te leggen.
Dat actieve ophalen en gebruiken is belangrijk. Hoe vaker leerlingen een woord zelf produceren en hoe gevarieerder de contexten waarin zij dat doen, hoe sterker de verbindingen in het geheugen worden en hoe gemakkelijker zij het woord later opnieuw kunnen herkennen en gebruiken.
Juist in de MVT-les ligt bovendien een kans om leerlingen bewust gebruik te laten maken van hun volledige talenrepertoire. Denk aan cognaten als muziek – music – Musik – musique – música, aan woordfamilies als to operate – operation – operative of aan overeenkomsten en verschillen tussen woorden in verschillende talen.
Woordenschat in het vernieuwde curriculum
Deze bredere kijk op woordenschat past goed bij het vernieuwde curriculum voor de moderne vreemde talen. Daarin krijgt taal leren vorm binnen drie samenhangende domeinen: Communicatie, Taalbewustzijn en Cultuurbewustzijn.
Wie woorden aanbiedt binnen betekenisvolle lees-, luister-, spreek- en schrijftaken, werkt aan Communicatie. Wie leerlingen laat onderzoeken hoe woorden zijn opgebouwd en welke overeenkomsten en verschillen er tussen talen bestaan, werkt aan Taalbewustzijn.
En wie woordenschat verbindt met rijke onderwerpen uit de landen en gemeenschappen waar de doeltaal wordt gebruikt, werkt aan Cultuurbewustzijn. En altijd wordt gewerkt aan kennisontwikkeling en denkvaardigheden.
Moeten we woordenlijsten en het intentioneel leren van woorden dan maar afschaffen? Zeker niet. Leerlingen moeten woorden bewust leren. Maar ze kennen een woord uiteindelijk pas echt wanneer ze het in verschillende contexten begrijpen, verbanden kunnen leggen met andere woorden en kennis én het woord zelf kunnen gebruiken wanneer ze het nodig hebben.
Vraag jezelf bij de voorbereiding van je volgende MVT-les daarom niet alleen af:
Welke woorden moeten mijn leerlingen leren?
Maar ook:
Wat moeten mijn leerlingen met deze woorden kunnen begrijpen, leren en zeggen of schrijven?
Wil je meer handvatten voor woordenschatonderwijs?
Wil je in je eigen MVT-lessen meer aandacht besteden aan actief taalgebruik? In de CPS-training Taal leren is taal gebruiken: spreken en schrijven bij de MVT ga je praktisch aan de slag met manieren om leerlingen de doeltaal daadwerkelijk te laten gebruiken.
En in onze eendaagse training Actief met woordenschat bij de moderne vreemde talen gaan we praktisch aan de slag en bieden we je tal van didactische tips en werkvormen om leerlingen actief met woordenschat aan de slag te laten gaan.
Deze trainingen kunnen ook bij jou op school gegeven worden.
Als je je wilt verdiepen in dit onderwerp met een praktisch boek, dan is de herziene uitgave van Woordenschatonderwijs – meer dan woorden leren iets voor jou. Deze publicatie is in 2026 volledig geactualiseerd op basis van recente wetenschappelijke inzichten en het vernieuwde curriculum. Het boek biedt praktische handvatten voor het vergroten en verdiepen van de woordenschat van leerlingen en besteedt ook specifiek aandacht aan woordverwerving in het modernevreemdetalenonderwijs.
Wil je liever met je team aan de slag met dit onderwerp? Neem contact op voor meer informatie. Mijn gegevens vind je hieronder.