Spelen met klanken

Spelen met klanken

De bouwstenen van taalontwikkeling

Wist je dat kinderen al heel jong gevoel krijgen voor de klanken van taal? Nog vóórdat ze kunnen lezen, ontdekken ze dat woorden opgebouwd zijn uit kleinere stukjes: klanken. Dit noemen we fonologisch bewustzijn – het vermogen om de klankstructuur van taal te herkennen en ermee te spelen. Om de stap te kunnen maken naar het fonemisch bewustzijn, moet het fonologisch bewustzijn eerst op niveau zijn.

Wat is fonologisch bewustzijn?

Fonologisch bewustzijn gaat niet om de betekenis van woorden, maar om hoe ze klinken. Kinderen leren zinnen opdelen in woorden, woorden in klanken, en ontdekken dat klanken samen nieuwe woorden vormen. Denk aan rijmpjes, liedjes of het spelenderwijs “hakken en plakken” van woorden. Onderzoek laat zien dat dit proces vaak vanzelf begint tijdens de mondelinge taalontwikkeling (Schaerlaekens, 2021; Cassady et al., 2008).

Van rijmen naar lezen 

Rijmen is vaak de eerste stap: kinderen herkennen dat kat en mat op elkaar lijken. Hoewel rijmen op zichzelf geen directe leesvaardigheid is, draagt het wel bij aan taalbewustzijn en een diepere manier van denken over taal. Hahn e.a. (2021) lieten zien dat kinderen al op jonge leeftijd sensitief zijn voor klankpatronen zoals rijm. Later leren zij woorden verdelen in klankgroepen en afzonderlijke klanken onderscheiden – de fonemen. Zo wordt duidelijk dat kat bestaat uit /k/, /a/, /t/.

De stap naar fonemisch bewustzijn

Wanneer kinderen beseffen dat klanken corresponderen met letters, spreken we van fonemisch bewustzijn. Dit is een cruciale voorspeller voor het latere leren lezen en spellen (Education Endowment Foundation, 2018). Pressley (2006) stelt dat expliciete instructie hierin essentieel is. Ook het National Reading Panel (2000) toonde in een grootschalige meta-analyse aan dat expliciete instructie een groot effect heeft op fonemisch bewustzijn, niet alleen voor kinderen die zich normaal ontwikkelen, maar ook voor kinderen met risico op leesproblemen.

Hoe kun je dit stimuleren?

Een rijke, betekenisvolle omgeving is de sleutel. Door samen verhalen te lezen, rijmpjes te zingen of klanken te “hakken en plakken”, passend binnen het thema,  leren kinderen spelenderwijs hoe taal werkt. Ook letterkennis speelt een rol: klanken en letters versterken elkaar (Puranik et al., 2013). Het herkennen van de /s/ in slang helpt bij het leren van de letter s – en andersom.

5 praktische tips om fonologisch bewustzijn te stimuleren

  1. Zing en rijm samen
    Gebruik kinderliedjes, versjes en rijmpjes. Laat kinderen rijmwoorden aanvullen of zelf nieuwe rijmpjes bedenken.
  2. Speel met zinnen en woorden
    Vraag kinderen hoeveel woorden ze horen in een zin of laat ze een zin langer maken door er een woord aan toe te voegen.
  3. Hakken en plakken
    Laat kinderen woorden in losse klanken uitspreken (/b/-/o/-/m/) en diezelfde klanken weer samenvoegen tot een woord (boom).
  4. Letter-klank spelletjes
    Laat kinderen luisteren naar een beginklank (“welke woorden hoor je met de /m/?”) en verbind dit later aan het bijbehorende letterteken.
  5. Gebruik prentenboeken
    Lees een centraal prentenboek meerdere keren en stel luistervragen. Koppel het verhaal aan thema’s uit de klas of de leefwereld van het kind, zodat nieuwe kennis makkelijker wordt aangehaakt (betekenisvolle context).

Werkvorm rijmen: De schatkist vol rijmwoorden

Inleiding
Zet een versierde schatkist in het midden van de kring en vertel:
“In deze schatkist zitten allemaal kaartjes (of voorwerpen) met woorden die rijmen. We gaan samen ontdekken welke woorden bij elkaar horen!”

Geef een voorbeeld:
“Ik haal het kaartje met het woord kat uit de schatkist. Wie weet een woord dat rijmt op kat?”
Leerlingen reageren: mat, rat, zat…

Kern

  1. Samen rijmen
    Haal een kaartje (of voorwerp) uit de kist (bijv. peer). Vraag: “Wie weet een woord dat rijmt op peer?”
  2. Rijmduo’s
    Laat tweetallen een kaartje trekken, samen een rijmwoord bedenken en presenteren:
    “Wij hebben muis en huis. Die rijmen!”
  3. Rijmversjes maken
    In tweetallen een korte rijmzin maken, zoals:
    De kat ligt op de mat.

Afsluiting
Elke leerling kiest een woord, bedenkt er een rijmwoord bij en presenteert dit aan de groep.
Reflectie: “Wat heb je geleerd over rijmen?”

Differentiatie

  • Ondersteuning: gebruik plaatjes, kleur de rijmklank, laat kinderen in tweetallen oefenen.
  • Verdieping: organiseer een rijmzoektocht, stel rijmraadsels op, maak een rijmverhaal of laat kinderen zelf een rijmverhaal maken.

Kleine stappen, groot effect

Werken aan fonologisch en fonemisch bewustzijn vraagt doelbewust en planmatig handelen, maar de impact is groot. Deze basisvaardigheden zijn de onmisbare bouwstenen voor lees- en schrijfvaardigheid. Met een speelse werkvorm als de “schatkist vol rijmwoorden” maak je klanken tastbaar, leuk en betekenisvol.

Verdieping op fonologisch en fonemisch bewustzijn

Training Fonemisch bewustzijn in de CPS Academie
Het fonologisch en fonemisch bewustzijn van kinderen is een voorwaarde om te kunnen beginnen met leren lezen. In deze training maak je met behulp van theorie en ervaringen een jaarplan om alle aspecten van het fonemisch en fonologisch bewustzijn bij jou op school aan bod te laten komen. Daarnaast krijg je handvatten om een les fonemisch bewustzijn te ontwerpen en geven. Lees meer.

Werkmap Fonemisch bewustzijn
Met deze werkmap kunnen leerkrachten gestructureerd en didactisch verantwoord werken aan het fonemisch bewustzijn van kinderen in groep 1 en 2. Lees meer.



Bronnen:

  • Cassady, J. C., Smith, L. L., & Putman, S. M. (2008). Phonological awareness and early reading skills in preschool children. Reading Improvement, 45(3), 129–142.
  • Education Endowment Foundation. (2020). Phonics: Improving Literacy in Key Stage 1. London: EEF.
  • Schaerlaekens, A.M. (2021). De taalontwikkeling van het kind. Leuven: Acco.
  • Hahn, N., Fox, A. V., & Levelt, C. C. (2021). Rhyming sensitivity in infants: An early predictor of phonological awareness. Journal of Child Language, 48(3), 435–452.
  • National Reading Panel. (2000). Teaching children to read: An evidence-based assessment of the scientific research literature on reading and its implications for reading instruction. Washington, DC: National Institute of Child Health and Human Development.
  • Pressley, M. (2006). Reading instruction that works: The case for balanced teaching (3rd ed.). New York: Guilford Press.
  • Puranik, C. S., Lonigan, C. J., & Kim, Y.-S. (2013). Contributions of emergent literacy skills to name writing, letter writing, and spelling in preschool children. Early Childhood Research Quarterly, 28(4), 646–657.

Over de auteur

Daniëlle Lokhorst

Daniëlle is adviseur en trainer bij CPS. Haar expertises zijn onder andere taalbeleid, taalontwikkeling, doorlopende leerlijnen taal en rekenen, kijken achter moeilijk verstaanbaar gedrag en zelfregulerend leren in het po.

Bekijk profiel

Zoek in de website