Het fenomeen manosphere rukt op. Wat moeten de school en mentoren daarmee?
Een pittige blik op wat wel - en vooral niet - automatisch op het bord van school en mentor hoort
Er is een nieuw maatschappelijk probleem dat via TikTok, YouTube en de smartphone de school binnenwandelt. Dit keer heet het de manosphere. En bijna automatisch volgt dezelfde reflex: wat moet de school hiermee? En kort daarna: kan de mentor hier niet iets mee?
Niet ieder probleem is een onderwijsdoel
Mijn eerste reactie: ho eens even! Ik ben zuinig op scholen. En al helemaal op mentoren. Daarom stel ik bij ieder nieuw maatschappelijk vraagstuk dezelfde drie vragen:
- Wat is van de school?
- Wat is van de leraar of mentor?
- Wat is gewoon van de ouders?
Want als we niet oppassen, maken we van ieder maatschappelijk probleem een onderwijsdoel. En van iedere mentor een maatschappelijk hulpverlener met een mentoruurtje van vijftig minuten.
Wat is dan wél de opdracht van de school?
Scholen hebben naast kwalificatie ook een opdracht rond socialisatie en persoonsvorming. Jongeren voorbereiden op deelname aan de samenleving hoort bij onderwijs. Dus ja: leerlingen moeten leren kritisch te kijken naar informatie die online op hen afkomt. Ze moeten leren dat een zelfverzekerde influencer nog geen betrouwbare bron is. En dat honderdduizend likes een idiote uitspraak niet ineens verstandig maken. Noem het mediawijsheid.
Leerlingen moeten ook leren dat je een ander niet kleineert, intimideert of wegzet vanwege diens sekse, afkomst, geloof of overtuiging. Noem het burgerschap. Ik zou het vooral normaal gedrag noemen. Maar daaruit volgt nog niet dat iedere mentor morgen een lespakket ‘manosphere voor beginners’ uit de kast moet trekken.
Eerst: wat is die manosphere?
De manosphere is een verzamelnaam voor online gemeenschappen waarin wordt gesproken over mannelijkheid, relaties en de positie van mannen in de samenleving. Dat loopt uiteen van gesprekken over persoonlijke ontwikkeling en problemen die jongens en mannen ervaren, tot uitgesproken vrouwonvriendelijke ideeën en verzet tegen feminisme. Door sociale media en algoritmes kunnen jongeren gemakkelijk met deze ideeën in aanraking komen. Een paar filmpjes aanklikken en het algoritme doet de rest. Moet een school daar iets mee? Ja. Maar waarschijnlijk minder dan je denkt!
Nieuwe maatschappelijke onderwerpen, dezelfde pedagogische opdracht
De manosphere is nieuw als etiket, maar het onderliggende verschijnsel is dat niet. De buitenwereld dendert voortdurend de school binnen. Gaza. Trump. De regenboog. Het Songfestival. Het WK. Klimaat. Influencers. Politieke verkiezingen. En volgende maand staat er ongetwijfeld weer iets anders voor de deur. Daarom verandert de pedagogische opdracht van een school niet bij ieder nieuw onderwerp.
Een docent die vandaag vrouwonvriendelijke opmerkingen begrenst, hoeft daarvoor geen manosphere-expert te zijn. Net zoals je geen Midden-Oostendeskundige hoeft te zijn om antisemitische of islamofobe opmerkingen in je klas te begrenzen. Gedrag begrenzen is namelijk iets anders dan een maatschappelijk debat organiseren.
Stop met alles op het bord van de mentor te leggen
Bij ieder nieuw maatschappelijk onderwerp is de stap naar de mentor snel gezet. 'Dit speelt onder jongeren.' 'Dit raakt burgerschap.' 'Dit gaat over persoonsvorming.' 'Misschien iets voor de mentorles?' Nee. Niet automatisch.
Een gevoelig gesprek voeren met dertig pubers is geen gezellige werkvorm die je even uit een online lesdatabase plukt. Wie leerlingen wil laten oefenen met controversiële onderwerpen moet weten wat hij doet. Je moet de groep kennen, veiligheid kunnen bewaken, escalatie herkennen, grenzen stellen en het gesprek kunnen stoppen.
Dus voordat een school besluit dat mentoren 'iets met de manosphere' moeten doen, is een veel interessantere vraag: hebben we eigenlijk goed geregeld wat we van onze mentoren verwachten?
- is er een taakomschrijving?
- is er een doorlopende leerlijn?
- weten de mentoren welke onderwerpen wel en niet bij hen horen?
- zijn de mentoren toegerust om gevoelige gesprekken te begeleiden?
Zo niet, begin dan daar. Want duidelijke kaders helpen mentoren bij veel meer dan alleen dit ene onderwerp.
Het echte onderwerp heet schoolcultuur
Misschien moeten we sowieso minder praten over de manosphere en meer over de eigen school. Want wat gebeurt er als een leerling in de klas zegt dat vrouwen minderwaardig zijn? Of een meisje uitscheldt omdat ze een grens stelt? Of online denkbeelden gebruikt om klasgenoten te intimideren? Dan gaat het niet over de manosphere. Dan gaat het over gedrag.
En bij gedrag horen normen, grenzen en consequenties. Daarvoor heb je een schoolcultuur nodig. Een veilige en respectvolle cultuur ontstaat niet doordat er ergens in het beleidsplan het woord veiligheid staat. Die ontstaat doordat volwassenen iedere dag ongeveer hetzelfde gedrag laten zien en ongeveer dezelfde grenzen hanteren.
Wat verwachten we van leerlingen? Welke regels gelden hier? Wat gebeurt er als iemand daar overheen gaat? En - misschien nog belangrijker - doen alle volwassenen vervolgens wat we met elkaar hebben afgesproken? Want de precieze formulering van een regel is vaak minder interessant dan de vraag of volwassenen hem daadwerkelijk handhaven.
Schoolleider: kijk eerst naar je eigen organisatie
Voor schoolleiders betekent dit: weersta de neiging om voor ieder nieuw maatschappelijk verschijnsel een projectgroep, protocol, themaweek of lespakket op te tuigen. Kijk eerst naar de basis.
Zijn de omgangsregels helder? Zijn consequenties voorspelbaar? Treden medewerkers consequent op? Weten docenten wat er van hen wordt verwacht bij grensoverschrijdend gedrag? Is duidelijk wat de mentor wel en niet doet? En durven medewerkers elkaar erop aan te spreken als afspraken niet worden nagekomen? Als het antwoord daarop een paar keer 'nee' is, heb je waarschijnlijk een urgenter probleem dan de manosphere.
Mentor: ken je opdracht én je grens
Voor mentoren geldt hetzelfde. Als in de doorlopende leerlijn staat dat leerlingen moeten oefenen met luisteren, argumenteren, perspectief nemen of respectvol van mening verschillen: uitstekend. Maar zorg dan dat je als mentor weet hoe.
Bereid zo'n gesprek voor. Denk na over vragen. Maak afspraken. Anticipeer op reacties. Zorg dat je weet wanneer je ingrijpt. AI kan prima helpen bij het voorbereiden van een lesopzet, vragenreeks of stappenplan. Maar geen enkele werkvorm ontslaat je van professioneel inschattingsvermogen!
- Voel je vooraf: dit gaat met deze groep volledig ontsporen? Start het gesprek niet.
- Merk je tijdens het gesprek dat de veiligheid verdwijnt? Stoppen.
Een mentor hoeft niet ieder maatschappelijk mijnenveld in te lopen om te bewijzen dat hij aan burgerschap werkt.
Docent: begrens gewoon
Voor de docent is het eigenlijk nog eenvoudiger:
- een leerling doet een vrouwonvriendelijke uitspraak die over de grens gaat? Reageer
- een leerling intimideert een ander? Grijp in
- een leerling blijft doorgaan nadat hij is gecorrigeerd? Handel volgens de afspraken van de school
Niet eerst drie podcasts luisteren over de manosphere. Niet wachten op de burgerschapscoördinator. Niet hopen dat de mentor het vrijdag in het vijfde uur oplost. Zie je grensoverschrijdend gedrag, dan begrens je dat. Niet omdat je expert bent in de manosphere, maar omdat dat bij je rol als docent hoort.
En de ouders dan?
Daar mogen we in het onderwijs wat mij betreft ook wat steviger over zijn. De primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding van kinderen ligt bij ouders. Dus gesprekken over relaties, seksualiteit, mannelijkheid, vrouwelijkheid, normen, waarden en wat zoonlief 's avonds drie uur lang op TikTok bekijkt, horen niet automatisch bij school. School heeft een pedagogische opdracht. Zeker. Maar een pedagogische opdracht is geen pedagogische overname. De school ondersteunt leerlingen in hun ontwikkeling, maar neemt de opvoedende verantwoordelijkheid van ouders niet over.
Luister eens bij de koffieautomaat
'De schoolleiding moet strenger zijn.'
'Niemand houdt zich hier aan de regels.'
'Met 3B is niet te werken.'
'Die ouders doen ook helemaal niks.'
'De jeugd van tegenwoordig…'
Hoor je dit soort uitspraken regelmatig, dan zou ik niet onmiddellijk een studiedag over de manosphere organiseren. Dan zou ik het gesprek voeren over de basis. Welke verantwoordelijkheid ligt bij ouders? Welke bij school? Wat verwachten we van leerlingen? Wat verwachten we van elkaar? En vooral: doen we zelf consequent wat we zeggen belangrijk te vinden?
Dat lijkt misschien minder spannend dan een nieuw maatschappelijk thema. Maar voor goed onderwijs is het een stuk belangrijker!
Hoe stevig staat het mentoraat op jullie school?
Weten mentoren wat er van hen wordt verwacht? Is duidelijk welke onderwerpen wel en niet bij hun rol horen? En zijn ze voldoende toegerust om leerlingen te begeleiden en lastige gesprekken te voeren? Een stevig mentoraat begint bij heldere keuzes over wat je als school van mentoren vraagt.
CPS helpt scholen bij die keuzes en om het mentoraat doelgericht vorm te geven. Wil je hier meer over weten? Neem dan contact met mij op of bekijk ons aanbod in de CPS Academie.