Activerende Directe Instructie: alle leerlingen actief!
In veel klassen verloopt instructie ordelijk en gestructureerd. De uitleg is helder en de stappen zijn logisch opgebouwd. En toch blijft de vraag vaak: in hoeverre zijn alle leerlingen actief aan het leren? Luisteren zij alleen, of zijn zij ook cognitief betrokken en doen zij actief mee? In de onderwijspraktijk zien we grote verschillen in de activiteit van leerlingen tijdens de les.
Wat is Activerende Directe Instructie?
In scholen horen we vragen als: “Hoe krijg ik meer leerlingen betrokken bij mijn uitleg?” of “Hoe zorg ik dat niet alleen de snelle denkers actief zijn?” Het raakt een belangrijk didactisch vraagstuk: hoe geef je instructie die niet alleen duidelijk is, maar ook activerend voor alle leerlingen? Het Activerende Directe Instructiemodel biedt hiervoor een stevig didactisch kader.
Activerende Directe Instructie (ADI) is een verdieping van het klassieke directe instructiemodel. Het accent ligt op het actief betrekken van alle leerlingen bij het leerproces, binnen een duidelijke en voorspelbare lesstructuur.
Activeren betekent hier niet: meer (bewegende) werkvormen of leerlingen zelf laten ontdekken. Het gaat om doelgericht handelen van de leraar, die leerlingen aanzet tot meedenken, verwoorden, toepassen en reflecteren. De leraar blijft sturend, maar doet dat zo dat iedere leerling cognitief wordt aangesproken en uitgedaagd.
Waarom activering binnen directe instructie werkt
Onderzoek laat zien dat directe instructie effectief is, mits leerlingen actief betrokken worden bij het leren. Veenman e.a. (2003) benadrukken dat niet de instructie op zich het verschil maakt, maar de manier waarop die instructie wordt vormgegeven. Activerende instructievaardigheden, zoals het ophalen van voorkennis, het stellen van denkvragen en het begeleiden van oefening, hangen samen met betere leerresultaten.
Met andere woorden: luisteren alleen is niet genoeg. Leren vraagt om actieve cognitieve verwerking. Wanneer leerlingen tijdens instructie worden uitgedaagd om te denken, te reageren en toe te passen, vergroot dat de kans dat nieuwe kennis daadwerkelijk wordt begrepen en onthouden. Daarbij is het cruciaal dat niet slechts een deel van de klas actief is, maar dat alle leerlingen meedoen.
De zeven lesfasen van ADI
Je kunt een les strak organiseren en toch merken dat niet alle leerlingen ‘aan’ staan. ADI helpt om directe instructie zo vorm te geven dat alle leerlingen actief leren. Het model kent een herkenbare lesopbouw, waarin activering in elke fase bewust wordt meegenomen.
ADI wordt gekenmerkt door expliciete instructie en interactie: je onderwijst leerinhouden en leerstrategieën stap voor stap, terwijl je leerlingen steeds aanzet tot denken, verwoorden en toepassen (Leenders e.a., 2014).
Het ADI-model, met feedback als doorlopende lijn, onderscheidt de volgende fasen:
1) terugblik
2) oriëntatie
3) uitleg
4) begeleide inoefening
5) zelfstandige verwerking
6) evaluatie
7) terug- en vooruitblik
Activerend lesgeven: wat doe je in elke lesfase?
- Terugblik:
Je activeert de voorkennis van alle leerlingen. Je laat alle leerlingen kort nadenken over wat ze al weten, bijvoorbeeld via een vraag, wisbordje of overleg met een klasgenoot. - Oriëntatie:
Je benoemt het lesdoel en waarom dit belangrijk is. Hierdoor weten leerlingen waar ze naartoe werken en kunnen zij hun aandacht beter richten.
- Uitleg:
Je denkt hardop, werkt in kleine stappen en stelt vragen die alle leerlingen aan het denken zetten. Je neemt leerlingen mee in het hoe en waarom van de leerstof, niet alleen in het antwoord.
- Begeleide inoefening:
Je oefent samen met de leerlingen. De leerlingen oefenen, leggen hun aanpak uit en krijgen direct feedback. Zo kunnen misverstanden direct besproken en bijgestuurd worden.
- Zelfstandige verwerking:
De leerlingen passen de leerstof zelfstandig toe, terwijl jij monitort en bijstuurt. De leerlingen werken doelgericht, weten waarop zij worden beoordeeld en gebruiken feedback om verder te leren.
- Evaluatie:
Je kijkt samen met de leerlingen terug op het lesdoel en het leerproces. Leerlingen geven aan wat goed ging en wat zij nog lastig vinden. Zo worden zij zich bewuster van hoe zij leren.
- Terug- en vooruitblik:
Je laat zien hoe deze les aansluit bij vorige en volgende lessen. Zo krijgen kennis en vaardigheden samenhang en blijven leerlingen betrokken over de lessen heen.
Feedback is in ADI geen losse fase, maar loopt als een rode draad door de hele les heen. Gerichte feedback helpt leerlingen hun denken bij te sturen en houdt het leerproces in elke fase actief (Leenders e.a., 2014; Veenman, 2003).
ADI in de onderwijspraktijk
Wil je zelf ervaren wat Activerende Directe Instructie kan opleveren? Je kunt klein beginnen door met je team in gesprek te gaan: wat betekent activering eigenlijk in jullie lessen, en waar zie je het al gebeuren? Laat je daarbij ook inspireren door mijn eerdere CPS-blog Directe Instructie versus onderzoekend leren: op zoek naar de optimale combinatie.
Wil je verder verdiepen of verbreden? De komende maanden verschijnen er nieuwe blogs over verschillende instructiemodellen. Houd daarvoor onze nieuwsbrief en LinkedIn in de gaten.
Ook kun je samen met CPS onderzoeken welk didactisch model het beste past bij jullie onderwijscontext, bijvoorbeeld via een academietraining of een incompany traject. Bekijk onze themapagina Instructie voor meer informatie of neem contact met mij op. Mijn contactgegevens vind je hieronder.
Bronnen
Veenman, S., Denessen, E., van den Oord, I., & Naafs, F. (2003). Direct and activating instruction: Evaluation of a preservice course. The Journal of Experimental Education, 71(3), 197–225. doi:10.1080/00220970309602063
Leenders, Y., Naafs, F., & Van den Oord, I. (2014). Effectieve instructie: Leren lesgeven met het activerende directe instructiemodel (8e druk). CPS.