Interactieve Gedifferentieerde Directe Instructie: afstemmen op verschillen
De samenhang tussen klassikale, verlengde en verrijkte instructie
Hoe organiseer je differentiatie binnen directe instructie? Veel lessen beginnen klassikaal en blijven dat ook een groot deel van de tijd. Er is vaak wel verlengde instructie voor leerlingen die dat nodig hebben, maar voor sterke leerlingen is er niet altijd structurele aandacht. Effectieve instructie betekent dat je op tijd en doelgericht inspeelt op de verschillen tussen leerlingen. Het Interactieve Gedifferentieerde Directe Instructie-model (IGDI-model) biedt hiervoor een praktisch en onderbouwd kader.
Wat is het IGDI-model?
Het IGDI-model combineert expliciete instructie, actieve betrokkenheid en systematische differentiatie. Kenmerkend voor IGDI is dat differentiatie een integraal onderdeel van het lesontwerp is. In iedere fase van de les maakt de leraar bewuste keuzes in hoe de instructie wordt afgestemd op de verschillende onderwijsbehoeften van leerlingen.
De 6 fasen van het IGDI-model
IGDI kent een heldere lesopbouw in zes fasen waarin differentiatie bewust wordt georganiseerd.
- Start
Terugblik en oriëntatie met de hele groep. Je activeert de voorkennis van alle leerlingen, bijvoorbeeld via een vraag of kort overleg. Vervolgens bespreek je het lesdoel en maak je duidelijk waarom dit belangrijk is. - Interactieve groepsinstructie
Je geeft instructie, modelt hardop de aanpak en werkt in kleine, overzichtelijke stappen. - Begeleide inoefening
Je oefent samen met de leerlingen. Leerlingen leggen hun aanpak uit en krijgen directe feedback. - Zelfstandige verwerking en verlengde instructie
Een deel van de leerlingen werkt zelfstandig aan het lesdoel, terwijl jij een kleine groep verlengde instructie geeft. - Feedbackronde
Je maakt een loopronde door de klas en geeft gerichte feedback op het werk en het denkproces. - Afsluiting
Evaluatie en vooruitblik met de hele groep. Je kijkt samen terug op het lesdoel: wat is geleerd en wat vraagt nog aandacht? Tot slot verbind je de les met eerdere en komende lessen, zodat samenhang zichtbaar wordt.
IGDI+: aandacht voor de sterke leerlingen
Het is een zeer hardnekkig misverstand dat (hoog)begaafde kinderen geen instructie nodig hebben. Ook sterke leerlingen hebben instructie nodig! In het IGDI-plus-model (IGDI+) is er expliciet aandacht voor leerlingen die meer uitdaging nodig hebben. Zij doen verkort met de instructie mee en/of krijgen een verrijkte instructie gericht op hoge doelen die passen bij het leervermogen van deze leerlingen.
Hoe geef je een goede verlengde instructie?
Verlengde instructie is niet hetzelfde als opnieuw hetzelfde uitleggen. Wanneer een leerling de taak nog niet zelfstandig aankan, is tijdelijke, gerichte ondersteuning nodig. Heb je wel eens gezien dat een huis wordt gebouwd zonder steigers? De kans is klein: de ondersteuning is nodig om tot een stevig, duurzaam en afgewerkt gebouw te komen. In leren noemen we het bieden van tijdelijke ondersteuning daarom scaffolding.
De 7 kenmerken van effectieve verlengde instructie:
- Houd de groep klein. Werk met een verlengde instructiegroep van maximaal 6 leerlingen, zodat gerichte interactie en feedback mogelijk blijven.
- Laat expliciet zien hoe jij denkt. Gebruik modelen om strategieën zichtbaar te maken.
- Maak tussenstappen zichtbaar. Breek complexe taken op in kleinere denkstappen.
- Sluit aan bij voorkennis. Activeer wat leerlingen al weten en verbind nieuwe kennis daaraan.
- Gebruik visuele ondersteuning. Grafische schema’s, voorbeelden, stappenplannen en concrete materialen helpen om abstracte informatie hanteerbaar te maken.
- Bouw ondersteuning geleidelijk af. Scaffolding is tijdelijk. Naarmate leerlingen bekwamer worden, verminder je de steun. De ‘steiger’ wordt afgebroken zodra het gebouw stevig genoeg staat.
- Beperk de duur. Houd verlengde instructie krachtig en gefocust: maximaal 10 minuten aaneengesloten.
Hoe geef je een krachtige verrijkte instructie?
Leerlingen die het basisdoel snel beheersen, hebben geen behoefte aan méér van hetzelfde, maar aan méér diepgang of reikwijdte. Verrijken is het rijker maken van de lesstof voor leerlingen die daar behoefte aan hebben.
De 3 kenmerken van effectieve verrijkte instructie:
- Formuleer een plusdoel. Bepaal vooraf wat leerlingen op een hoger niveau gaan leren. Dat kan bijvoorbeeld een complexere toepassing zijn of een transfer naar een andere context. Let op: bewaar samenhang met het reguliere lesdoel. Verrijking staat niet los van het basisdoel, maar bouwt daarop voort.
- Verdiep of verbreed je instructie. Verdiepen houdt in dat je hetzelfde onderwerp onderzoekt met meer complexiteit of abstractie. Verbreden houdt in dat je het onderwerp plaatst in een andere context, een ander genre of een ander perspectief.
- Richt je op complexere denkhandelingen. Laat leerlingen analyseren, vergelijken, generaliseren of onderbouwen. Vraag bijvoorbeeld: Geldt dit altijd? Waarom werkt deze strategie? Wat verandert er als…?
Reflectie op je eigen praktijk
Wil je zelf onderzoeken wat het werken met IGDI in jullie praktijk kan opleveren? Begin klein: analyseer met collega’s je instructie en breng samen in kaart waar al wordt gedifferentieerd en waar nog kansen liggen.
Wil je samen verdiepen welke vorm van directe instructie het beste past bij jullie onderwijscontext? Dan kunnen we dat ook gericht onderzoeken, bijvoorbeeld via een teamtraining of een incompany traject rondom instructie en differentiatie. Bekijk onze themapagina Instructie of neem gerust contact met mij op. Of volg mijn training in de academie: De effectieve les: directe instructie volgens ADI, EDI of IGDI.
Dit blog is onderdeel van een vijfdelige serie.
Eerder verschenen:
- Directe Instructie versus onderzoekend leren: op zoek naar de optimale combinatie
- Activerende Directe Instructie: alle leerlingen actief!
In april en mei verschijnen deel vier en vijf in deze serie. In deze blogs ga ik in op het EDI-model en op onderzoekend leren. Hou hiervoor onze nieuwsbrief en LinkedIn in de gaten.
Bronnen:
Berben, M. (2026). Differentiëren is te leren! Afstemmen op verschillen in het vo en mbo. CPS Uitgeverij.
Brouwer, G., & Ahlers, L. (2011). Knappe koppen in de klas. CPS.
Bouwman, A., Hogeboom, B., & Loman, E. (2023). Differentiëren is te leren! Omgaan met verschillen in het basisonderwijs. CPS Uitgeverij.
Houtveen, T., Koekebacker, E., Mijs, D., & Vernooy, K. (2005). Succesvolle aanpakken van risicoleerlingen. Wat kan een school doen? Garant.
Rosenshine, B. (2012). Principles of Instruction. Research-Based Strategies That All Teachers Should Know. American Educator, 12-19.
Sjoers, S., (2024). Kansen(on)gelijkheid voor sterke rekenaars. Volgens Bartjens – ontwikkeling en onderzoek, 43(3), 41-52