Expliciete Directe Instructie: zicht op ontwikkeling

Je bereidt je lessen zorgvuldig voor. Het lesdoel is helder, de instructie is opgebouwd in kleine stappen en je hebt goed nagedacht over de verwerking. En toch blijft tijdens de les een belangrijke vraag vaak onbeantwoord: hebben alle leerlingen het nu echt begrepen? Wanneer je een paar leerlingen een beurt geeft, krijg je slechts een gedeeltelijk beeld. Om beredeneerde keuzes te kunnen maken in het vervolg van je les, wil je zicht hebben op het begrip van álle leerlingen. Het Expliciete Directe Instructie-model (EDI-model) helpt je om dat inzicht systematisch op te bouwen tijdens je les.

Wat is Expliciete Directe Instructie?

Expliciete Directe Instructie (EDI) is in veel scholen een vertrouwd instructiemodel. De lesfasen zijn helder, het ritme is herkenbaar en het biedt houvast bij het aanleren van nieuwe leerstof. Toch zie ik in de praktijk iets opvallends: het model wordt zorgvuldig gevolgd, maar de kracht ervan wordt niet altijd volledig benut. EDI zou geen stappenplan moeten zijn dat je afvinkt. Het is een manier van didactisch redeneren. De kracht van het model ligt in het maken van beredeneerde didactische keuzes.

De lesfasen van EDI

  1. Voorkennis activeren: je haalt de al aanwezige voorkennis met betrekking tot het lesdoel op, zodat je de nieuwe leerstof hieraan kunt koppelen.
  2. Lesdoel: je deelt het lesdoel met de leerlingen. Het lesdoel bestaat altijd uit een concept en een vaardigheid.
  3. Instructie: je geeft een heldere en gestructureerde instructie, waarin je de nieuwe leerstof in kleine stappen aanbiedt.
  4. Begeleide inoefening: je oefent samen met de leerlingen met de nieuwe leerstof en draagt verantwoordelijkheid geleidelijk over.
  5. Kleine lesafsluiting: je controleert of de leerlingen het lesdoel in voldoende mate beheersen.
  6. Zelfstandige verwerking: de leerlingen oefenen zelfstandig met de leerstof.
  7. Verlengde en verrijkte instructie: je biedt verlengde instructie aan leerlingen die meer tijd, oefening en ondersteuning nodig hebben en verrijkte instructie aan leerlingen die behoefte hebben aan meer uitdaging.
  8. Grote lesafsluiting: je blikt met de leerlingen terug op het verloop van de les en vooruit naar de volgende les.

De kleine lesafsluiting

Een belangrijk verschil tussen het EDI-model en andere modellen voor directe instructie, is dat bij het EDI-model een lesafsluiting plaatsvindt voor de fase van zelfstandige verwerking: de ‘kleine lesafsluiting’. Voordat de leerlingen beginnen met de zelfstandige verwerking, ga je na of de leerlingen voldoende grip hebben op het nieuwe lesdoel.

Wanneer dit moment wordt overgeslagen, ontstaat het risico dat leerlingen zelfstandig verder werken terwijl hun begrip nog wankel is. Fouten worden herhaald en strategieën kunnen verkeerd inslijten. Het corrigeren hiervan kost later meer tijd en energie. Vooral bij het aanleren van nieuwe leerstof, wil je de voortgang nauw volgen en is dit controlemoment essentieel.

Controleren van begrip in 4 stappen

Om goed zicht te krijgen op het begrip van leerlingen, kun je de controle van begrip in vier stappen vormgeven:

  1. Je stelt een vraag aan de hele groep. Je wil namelijk het begrip van álle leerlingen controleren, en niet slechts van enkele leerlingen.
  2. De leerlingen krijgen denktijd, zodat alle leerlingen tot denken aangezet worden en een doordacht antwoord kunnen formuleren.
  3. De hele groep geeft antwoord. Je gebruikt hiervoor een werkvorm zoals wisbordjes of antwoordkaartjes, waarbij je het antwoord en/of de denkwijze van alle leerlingen inzichtelijk krijgt.
  4. Je analyseert de antwoorden en op basis hiervan bepaal je het vervolg van de les. Je bepaalt welke leerlingen zelfstandig verder kunnen, welke leerlingen verlengde instructie nodig hebben en welke leerlingen behoefte hebben aan meer uitdaging.

Controleren van begrip met wisbordjes?

Wisbordjes worden veel geassocieerd met EDI en in veel groepen ingezet. Op het eerste gezicht lijkt het gebruik van wisbordjes effectief: je ziet in één oogopslag welke leerlingen het juiste antwoord hebben en welke niet. Dit levert waardevolle informatie op. Maar de waarde zit niet in het verzamelen van antwoorden. Controleren van begrip gaat niet alleen over het meten van kennis, maar vooral over hoe deze informatie wordt gebruikt om het leerproces te sturen. Lees mijn blog ‘Wisbordjes: formatief of niet?’ voor meer informatie.

Betere beslissingen tijdens de les

De kracht van EDI zit uiteindelijk in de kwaliteit van de beslissingen die je als leraar tijdens de les neemt. Door systematisch controle van begrip in te bouwen:

  • voorkom je dat leerlingen zelfstandig oefenen met een onjuist begrip
  • voorkom je onnodige verlengde instructie
  • voorkom je dat sterke leerlingen worden afgeremd

EDI helpt je om flexibel te differentiëren. Niet op basis van verwachtingen en aannames, maar op basis van zichtbare informatie.

Vakmanschap vraagt oefening

Een goede controlevraag formuleren, antwoorden analyseren en daar direct consequenties aan verbinden… Dit zijn vaardigheden die vragen om oefening en gezamenlijke reflectie.
Wil je met je team verdiepen hoe jullie EDI en controle van begrip sterker kunt inzetten? En hoe je op basis daarvan beter onderbouwde keuzes maakt in differentiatie? CPS ondersteunt scholen bij het versterken van didactisch handelen rondom Expliciete Directe Instructie, passend bij de eigen onderwijscontext.

Bekijk onze themapagina Instructie of neem contact met mij op om samen te verkennen wat dit voor jullie praktijk kan betekenen. Of volg mijn training in de academie: De effectieve les: directe instructie volgens ADI, EDI of IGDI.

Serie van vijf blogs over instructie

Dit blog is onderdeel van een vijfdelige serie. Eerder verschenen:

In mei verschijnt het laatste deel: hierin ga ik dieper in op onderzoekend leren. Hou hiervoor onze nieuwsbrief en LinkedIn in de gaten.

Bronnen:
Hollingsworth, J. & Ybarra, S. (2009). Expliciete Directe Instructie. Tips en technieken voor een goede les. Nederlandse bewerking: Marcel Schmeier (2015). Huizen: Pica.

Over de auteur

Marjolein van Straalen

Marjolein is adviseur en trainer bij CPS. Zij begeleidt leraren in het primair en voortgezet onderwijs bij vragen over leren en het creëren van een veilig en ondersteunend leerklimaat. Daarbij werkt zij onder meer aan thema’s als differentiëren, motiveren, formatief handelen, de zes rollen van de leraar, rekenen en AI in het onderwijs.

Bekijk profiel

Zoek in de website