Afstemmen van je onderwijs - Wat is het en hoe doe je dat?
Hoe ziet een goede les eruit? Als antwoord op deze vraag heeft de Inspectie van het Onderwijs verschillende kenmerken van leskwaliteit vertaald naar concreet leraargedrag. Afstemmen is één van de vijf indicatoren van een effectieve les. Maar wat is het afstemmen van je onderwijs precies en hoe doe je dat in een les?
Waarom is het afstemmen van onderwijs belangrijk?
In Nederland is het afstemmen van je onderwijs een wettelijk vereiste: “Het onderwijs is afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen en zij kunnen een ononderbroken ontwikkelingsproces doorlopen. Voor deze ononderbroken ontwikkeling is het nodig dat het onderwijs aansluit bij het ontwikkelingsniveau van de leerling.” (Artikel 1.4, tweede lid, WVO 2020)
In de praktijk blijkt het aansluiten in de les bij de onderwijsbehoefte van iedere leerling nog best lastig te zijn. In het voortgezet onderwijs krijgen scholen regelmatig een herstelopdracht bij OP3, het pedagogisch-didactisch handelen van docenten. Het meest gingen deze herstelopdrachten over tekortkomingen in het afstemmen van het onderwijs. 1
Wat betekent afstemmen van onderwijs op leerlingen?
In de factsheet bij de Monitor leskwaliteit VO, waarin ook de in de inleiding genoemde vijf indicatoren van een effectieve les worden geïntroduceerd, wordt afstemmen als volgt omschreven: 2
“De wijze waarop de les ertoe bijdraagt dat alle leerlingen, ondanks hun verschillen, profiteren van de les. De afstemming is beter als de leraar de verschillen kent en hier rekening mee houdt. Bij een goede afstemming tijdens de les controleert de leraar of alle leerlingen de lesstof begrepen hebben. Op basis hiervan kan de leraar de les aanpassen op wat leerlingen nodig hebben.”
Uit deze omschrijving blijkt dat afstemmen twee didactische principes omvat:
- Formatief handelen: controleren van begrip, om als gevolg hiervan de les aan te passen
- Differentiëren: bewust rekening houden met verschillen tussen leerlingen
Hoe dit afstemmen van het onderwijs op wat leerlingen nodig hebben er in de praktijk uit kan zien, vinden we in het huidige onderzoekskader van de Inspectie van het Onderwijs bij OP3, het pedagogisch-didactisch handelen van docenten: 3
“Zij stemmen daarbij de instructie, de verwerking en het tempo van hun onderwijs af op de onderwijsbehoeften van individuele en groepen leerlingen. De afstemming is zowel op ondersteuning als op uitdaging gericht, afhankelijk van de pedagogische en didactische behoeften van leerlingen.“
Deze ruime omschrijving van afstemmen impliceert dat je als docent verschillende keuzes te maken hebt als het gaat om wat je afstemt en hoe je dit doet.
Hoe kun je je onderwijs afstemmen op leerlingen?
De instructie, de verwerking of het tempo in een les kun je afstemmen op de hele klas tegelijk, verschillende subgroepen binnen een klas of een individuele leerling. Een andere variabele is of de afstemming wordt bepaald door de docent, door de leerling of als gevolg van een controle van beheersing.
Formatief handelen omvat het hele proces van afstemmen, maar dan specifiek op basis van een toets (controle van begrip). Het is een cyclisch proces dat bestaat uit drie onderdelen.

De formatieve cyclus (Vos & Berben, 2023)
Formatief handelen gaat over het nemen van betere beslissingen. Zo’n beslissing kan betrekking hebben op een individuele leerling, subgroepen of de hele groep. Dit doe je door tijdens het leerproces bewust informatie te verzamelen over de mate van beheersing van een bepaald leerdoel, om daar een beslissing over een volgende leeractiviteit op te baseren. Je toetst dus het leren, om te leren. Deze beslissingen kunnen bijvoorbeeld gaan over de hoeveelheid uitleg of begeleiding die je een klas of groep leerlingen wil geven, of het aantal en type opdrachten die zij het beste nog kunnen maken.
Differentiëren gaat specifiek over het afstemmen op verschillen door bewust en doelgericht te werken in subgroepen, waarbij de indeling zowel bepaald kan worden door de docent, als keuze van de leerling of als gevolg van een toets met formatieve functie. We onderscheiden drie hoofdmanieren van differentiëren in de les:

De drie manieren van differentiëren (Berben, 2026)
1. Differentiëren in instructie
Je geeft leerlingen meer of minder (verlengde) instructie op basis van hun instructiebehoefte. De verlengde instructie duurt idealiter maximaal 10 minuten aaneengesloten en je geeft deze vorm volgens begeleide inoefening: je oefent samen met de leerlingen de eerder aangeboden instructie of vaardigheden in en je geeft hen tussentijds feedback. De andere leerlingen werken ondertussen zelfstandig.
2. Differentiëren in verwerking
Je past de opdrachten die de leerlingen maken aan op basis van hun beheersingsniveau, leervoorkeur of interesse. Je kunt opdrachten makkelijker of moeilijker maken, verschillende werkvormen gebruiken of verschillende onderwerpen aanbieden.
3. Differentiëren in leertijd
Je speelt in op tempoverschillen tussen leerlingen. Je kunt hen bijvoorbeeld extra herhaling geven, terwijl andere leerlingen alvast verder gaan. Of gebruik maken van preteaching of flipping the classroom.
Verder lezen en leren over het afstemmen van je onderwijs?
- Kijk op onze themapagina's over differentiëren of formatief handelen.
- Lees de boeken Differentiëren is te leren! (2026) of Formatief handelen in de les (2023).
- Volg de trainingen over differentiëren en formatief handelen in de CPS Academie en schrijf je in voor onze inspiratiedag formatief handelen in de les.
- De trainingen zijn ook uit te voeren bij jou op school!
Bronnen
1. Inspectie van het Onderwijs (2025). De Staat van het Onderwijs 2025.
2. Inspectie van het Onderwijs (2023). Leskwaliteit in beeld: kenmerken van een effectieve les in de praktijk. Factsheet voortgezet onderwijs.
3. Inspectie van het Onderwijs (2025). Onderzoekskader 2021 voor het toezicht op het voortgezet onderwijs.