Sluiten

Zoeken in de website

Groots opruimen in je taal-lespraktijk: paradigma’s

Groots opruimen in je taal-lespraktijk: paradigma’s

Dit blog is ook te beluisteren via een soundcloud stream.

Onlangs las ik Mari Kondo’s ‘The life-changing magic of tidying up’. In haar boeken draait het erom dat je bij je houdt wat je blij maakt en wat echt belangrijk voor je is. Als onderdeel van de serie blogs over taalonderwijs dit keer de taallespraktijk onder de loep rond de vraag: Keep or Sweep, oftewel: Wat zou er mogen blijven en wat moeten we echt (voor altijd) wegdoen?

Bij ons thuis is één week van de zomervakantie standaard gereserveerd voor groots opruimen. Dit jaar was de garage aan de beurt, van oudsher een plek waar allerlei spullen worden gestald die misschien nog eens van pas komen maar eigenlijk hopeloos in de weg blijven staan. Ter illustratie: het was zo dit jaar erg geworden dat we alleen nog een smal paadje hadden naar de diepvries en een klein vierkant om de fietsen te stallen. Elke dag opnieuw ergerden we ons aan de onhandige hoeveelheid rommel. Mensen zijn nu eenmaal goed in bewaren, en minder goed in wegdoen, zeker als de waan van de dag het van onze goede voornemens wint. Geldt dat ook in onze rol als professional? Halen wij de bezem weleens door het magazijn van onze (taal-) lespraktijk en schiften we voldoende in wat in onze lespraktijk positieve energie losmaakt en negatieve energie kost? In dit blog gaan we kiezen tussen twee dominante visies op taalverwerving.

De bouwsteenmetafoor

Van oudsher is er de bouwsteenmetafoor die taal ziet als een systeem dat opgebouwd kan worden uit losse elementen als uitspraak, woordenschat, grammaticale kennis. Taalvaardigheid volgt dan pas als het ‘fundament’ van die elementen aanwezig is en dus kun je ook gradaties van moeilijkheid aanwijzen in de ‘stof’. Zo hoort de tegenwoordige tijd wellicht bij de fundering, maar inversie bij het dak. De bouwsteenmetafoor ziet taalleren als een lineair proces dat begint bij A en eindigt bij Z.

De organische metafoor

Er is ook een andere manier van kijken naar het je eigen maken van een taal, die meer gedacht is vanuit een natuurlijke manier waarop mensen zich een taal eigen maken: de organische metafoor. Volgens het denken in deze metafoor ontwikkelen verschillende aspecten van de taal zich in de ‘taaltuin’ op hun eigen tempo en op verschillende niveaus, maar in potentie wel gelijktijdig. Er is geen sprake van een verfijnde gradatie in moeilijkheidsniveau maar een veel grofmaziger idee over welke taalvaardigheden eerder of later tot ontwikkeling komen. Het denken volgens de organische metafoor heeft, onder invloed van het werk van Stephen Krashen over taalverwerving, de afgelopen decennia stevig voet aan de grond gekregen en biedt veel mogelijkheden om leerlingen met taal aan het werk te zetten op een manier die dichter bij henzelf komt en daarmee ook motiverender is.

Geen afgebakende, toetsbare kennisblokjes

Het communiceren over de eigen belevingswereld is voor je leerling de motor onder de wens om taalvaardig te zijn. De wereld van de leerling – in feite onze wereld - is niet opgebouwd uit afgebakende blokken: Als een leerling overdag praat met een vriendje over buitenspelen is er ’s avonds op het journaal de realiteit van een onderwerp als klimaatverandering. Al deze dingen spelen tegelijkertijd, zijn qua complexiteit van een totaal verschillende orde maar vragen wel om communicatie. Waar het kind gemakkelijk met leeftijdsgenoten praat over de regels van het straatvoetbalspelletje, moet het nog leren om klimaatverandering enigszins te begrijpen én te praten over wat het met hem doet. De blootstelling aan het probleem roept noodzaak op om te communiceren, nu meteen en niet straks als hij eraan toe is.

Samenvattend kunnen we zeggen dat in de echte wereld taal niet past in handig afgebakende, toetsbare kennisblokjes en dus moeten we in de taallessen ook niet doen alsof dat wel zo is.
Nu zijn niet alle plantjes geschikt om meteen in volle grond en aan de lucht te groeien. Soms is een tussenstap nodig, bijvoorbeeld in een plantenkas, waarin bepaalde voorwaarden voor groei kunnen worden gestimuleerd en bedreigingen beter worden afgeweerd. Dat is met onze leerlingen net zo: we laten het licht van alledag binnen, en proberen – door taalrijke, samenhangende en activerende activiteiten – de groei van taalvaardigheid te stimuleren. 

2 vragen

Twee vragen om mee af te sluiten:

  1. Neem eens een taalles in gedachten waar jij (en je leerlingen) echt energie van kregen, wat is er in die les dan gebeurd? Is er dan een bouwsteentje gelegd of iets tot bloei gekomen?
  2. Hoe ziet jouw lestuin eruit? Als een berg stenen en cement of als een bloeiende tuin?

Zou jij ook willen dat je lessen je leerlingen motiveren om taal aan te pakken en eigen te maken en kun je wel wat Mari Kondo gebruiken bij het opruimen van je lespraktijk? Neem dan contact met ons op en we praten verder. 

Reacties

  1. Patrick Remmerie Patrick Remmerie - 1 november 2019

    Een inspirerend artikel. Mijn voorstel is om het Nederlands nog systematisch en gestructureerd aan te brengen. Op die manier wordt een basis gelegd. Vreemde talen kunnen beter organisch gegeven worden. Helaas zitten hier soms leerplannen in de weg.

Plaats een reactie

Over de auteur

Koos van 't Hul.jpg

Koos van 't Hul

Koos van ’t Hul is adviseur bij CPS. Zijn expertise ligt op het gebied van taal en taalbeleid bij Nederlands en de vreemde talen, taaldidactiek en leesmotivatie.

Bekijk profiel

De CPS Nieuwsbrief: Gratis inspiratie, kennis en updates

Ontvang 1x in de zes weken de nieuwste blogs met tips en waardevolle kennis, nieuwtjes, artikelen, ebooks en inzichten automatisch in uw mailbox.

Meld mij aan